top of page


Bokito en Dostojeswski …
Het geweld waarmee Heidi zich tussen mij en de toog stort, brengt me even van mijn stuk. Met een hand tegen mijn borst en een hand op de toog roept ze naar de twee kelners die ineengedoken tegen de espressomachine op hun telefoons tikken: “Caballeros, darle su café como él lo quiere es una opción real hem zijn koffie geven zoals hij dat wil is een reële optie y, antes de que llega la Guardia Civil, este café es una ruina en voordat de Guardia Civil hier is, is dit café een ru

Nikko Norte


Het domste kind van de klas …
Montelobado slaapt nog als ik naar de fontein loop in het midden van het dorpsplein om water te halen voor thee en koffie. Terwijl ik de frisse ochtendlucht in mijn longen zuig, hapt Boris de kleine terriër, die naast me dribbelt, naar de pijpen van mijn joggingbroek. Oude huizen om me heen, traditioneel gebouwd van ruwe stenen. Kleine, met dezelfde ruwe stenen ommuurde tuinbouwpercelen, huertos, rond de huizen en grotere ommuurde percelen voor vee—nog voortdurend in gebruik—

Nikko Norte


Narigheid met een narcist …
Twee politieagenten kuieren ons voorbij. Ik houd mijn adem in, maak geen oogcontact en weet dat Heidi voor wat dat oogcontact betreft hetzelfde doet. Tussen ons in, op de treden van een klein paviljoen, snort onze gasbrander, een ketel water op de brander, en te vaak storen agenten zich aan die snorrende gasbrander.

Nikko Norte


Is het gras bij de buren groener?
Voor de eerste keer in mijn leven heb ik iets verstandig aangepakt en uh… slecht bevalt dat niet. Montelobado! Een klein Spaans dorp aan de grens met Portugal ter hoogte van Salamanca, waar de inwoners dapper weerstand bieden aan de vooruitgang. Heidi, Boris de terriër en ik verhuisden er onlangs vanuit Andalusië naartoe nadat we Montelobado op de eerste dag van mei dit jaar kort bezochten. Onverstandig, die verhuizing, maar vooralsnog hebben we geen spijt. We spreken dat nie

Nikko Norte


Wolkenkrabbers of moestuinen?
Van naast het vierkante, gepolijste blok steen waarop ik zit, stuift Boris de terriër—kleiner dan een voetbal—over het plein voor me naar de uitgang van de wolkenkrabber waarin in Madrid de Nederlandse ambassade is gevestigd. Mensen die links, rechts en overal stil staan, kijken verschrikt op uit de telefoons waarin starend, sigaret in de vrijehand, ze hun pauzes besteden en Heidi, die de wolkenkrabber te snel nadat ze er is binnengegaan weer verlaat, lacht als Boris tegen ha

Nikko Norte


A license to kill …
R.I.P. Charlie
Achteloos gooit een van de drie mountainbikers die ik passeer de wikkel van de reep die hij eet op de grond. De drie zitten in hun felgekleurde outfits op de rand van een stenen watertrog waar bronwater in- en uitstroomt en waar boeren in een nabij verleden dagelijks hun geiten en koeien naartoe dreven om ze te laten drinken. De mountainbikers drinken uit hun bidons en eten hun repen en wie vindt dat ik een sukkel ben omdat ik doorfiets, heeft gelijk. Maar het

Nikko Norte


Wie de kust niet achter zich laat …
Voor me, op een pad onder het kasteel van het Andalusische Antequera, sloffen twee volumineuze mannen elkaar tegemoet. Strohoeden en zwarte zonnebrillen. Overhemden en spijkerbroeken. Een dwergpinscher naast de ene man, een poedelachtig dier naast de andere. Pinscherman rookt een sigaret, poedelman blaast rook om zich heen die hij uit een doosje zuigt. Beide mannen lopen gebogen over een telefoon, de lussen van hondenriemen om de polsen van de handen waarmee ze hun telefoons

Nikko Norte


Waar vlucht je heen?
Hoogte is veiligheid, zeker waar. Toch geeft het gepiep van mijn hoogtemeter geen rust, wat misschien komt omdat het ding dan weer...

Nikko Norte


Stampij ...
Stoer dribbelt Boris naast me door kerstversierde straten en uh… mensen lachen me uit—ik voel het—en ik vind dat gemeen. Ik maak mezelf belachelijk, denk ik dat ik zeker weet dat die mensen denken, door met zo’n klein hondje over straat te gaan. Héél gemeen vind ik dat. En kortzichtig! Mensen weigeren er immers bij stil te staan dat ik Boris identificeer als grote herdershond … Inwendig grinnikend houd ik mijn pas in als Boris aan een gevel snuffelt. Een paar weken geleden vo

Nikko Norte


Wat piept daar in het struikgewas?
De twaalfhonderd olijfbomen op het stuk land waarop ik in een vorig leven woonde in de buurt van het Andalusische dorp Coín, waren zo’n honderddertig jaar oud, geplant nadat luizen afrekenden met de druivenstruiken die tot rond 1860 op dat land groeiden. Om naar hartenlust te kunnen groeien, had elke olijfboom in alle richtingen twaalf meter vrije ruimte en veel, weinig of geen regen, de oogst was elk jaar aanzienlijk. Voor honderdduizend peseta’s—zo’n dertienhonderd gulden—v

Nikko Norte
bottom of page