top of page

Wie zoet is, krijgt krediet; wie stout is, krijgt het niet …

  • Foto van schrijver: Nikko Norte
    Nikko Norte
  • 2 dagen geleden
  • 11 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 10 uur geleden

Todas las páginas alle bladzijden?” vraagt de Zuid-Amerikaan achter de balie van een copyshop in Salamanca verbouwereerd.

Todas las páginas,” bevestig ik en bladerend door onze paspoorten zingt mijn nieuwe vriend me daarop in zijn Zuid-Amerikaanse accent toe: “Maar die pagina’s zijn leeg.”

Lógicamente. Son …” “Stroop, Nik,” valt Heidi me in de rede terwijl Boris de kleine terriër zijn tanden in een van mijn broekspijpen zet. Op mijn beurt verbouwereerd, kijk ik opzij, naar Heidi, en ik zeg: “Ik ben nooit vriendelijker geweest, wat …” “Sinds we dat extranjeríakantoor uit liepen,” valt Heidi me opnieuw in de rede, “ben je aan het neuriën en dat betekent dat er op elk moment iets of iemand door de lucht kan vliegen. Regel die kopieën, terug naar het extranjeríakantoor, koffie op de Plaza Mayor.”

“Hét Plaza Mayor en …” “No tengo todo el día ik heb niet de hele dag,” valt nu mijn Zuid-Amerikaanse vriend me in de rede.

Perdóname sorry,” zeg ik terwijl Heidi een hand op mijn onderarm legt en Boris aan mijn broekspijp schudt. “Eres de Colombia je komt uit Colombia, no? De Medellín uit Medellín.”

Cómo lo sabes hoe weet je dat?

Tu acento je accent. Es muy agradable dat is heel aangenaam. Escúchame luister, je weet hoe het werkt bij de extranjería. Esos lambones no valen ni cinco die idioten zijn geen knip voor de neus waard, maar ze willen een kopie van elke paspoortpagina.”

Even later lopen Heidi, Boris en ik met zesendertig A4’tjes de copyshop uit.

 

Al in augustus maakte Heidi bij de extanjería, de vreemdelingendienst, voor vandaag, 14 november 2025, onze afspraken; eerder was onmogelijk. Uren investeerde ze vervolgens in het verzamelen en kopiëren van de documenten die we geacht werden bij ons te hebben voor de aanvraag van onze residentie en mijn gedachten dwalen naar hoe ik voordat de EU haar praktische beslag kreeg voor de eerste keer in Spanje mijn residentie aanvroeg. In Marbella, waar ik destijds woonde, vulde ik aan de balie van het politiebureau een formulier in. Vijf minuten nadat ik zonder afspraak dat politiebureau binnenstapte, stapte ik het zonlicht weer in. Drie weken later kon ik mijn tarjeta de residencia ophalen en … “Esos lambones no valen ni cinco,” onderbreekt Heidi mijn gedachten terwijl Boris aan een lantarenpaal snuffelt. “Waar haal je dat vandaan?”

“Colombiaans.”

“Colombiaans,” herhaalt Heidi peinzend. “En nee! We drinken pas koffie als alles is afgehandeld,” laat ze daarop volgen als ze ziet dat een café aan de overkant van de straat met me flirt.

 

Elke paar meter even wachtend op Boris, die zich tot een obsessieve snuffelaar ontpopt, gaat het door Salamanca’s straten tot we voor de tweede keer vandaag het extranjeríakantoor binnenstappen. De eerste keer is alweer drie uur geleden. Heidi had haar afspraak om kwart over negen, ik om negen uur. De twee Guardia Civilagenten die vandaag metaaldetector- en bagagescannerdienst hebben, keken elkaar na een blik op Boris twijfelend aan. Ik knipoogde naar het stel, stapte met Boris door de metaaldetectorpoort en net voordat ik toen het alarm afging “Metralla de la batalla del Ebro” kon zeggen, schrapnel van de slag om de Ebro, zei Heidi: “Son las llaves del coche y la ha... hebilla de su cinturón het zijn de sleutels van de auto en de gesp van zijn riem.”

 

Hoofdschuddend lieten de Guardia Civilagenten ons doorlopen naar een balie waar Heidi en ik ieder een bonnetje kregen. Een van de drie ambtenaren die vandaag het bonnetjesprintende apparaat bedienen, wees ons door naar een L-vormige hal waar we plaatsnamen op een marmeren trap omdat ondanks het vroege uur alle stoelen voor wachtenden waren bezet door voornamelijk over telefoons gebogen Afrikanen en Zuid-Amerikanen, koptelefoons op het hoofd. Om kwart voor elf verscheen op een van de beeldschermen in de hal een combinatie van cijfers en letters die overeenkwam met die op mijn bonnetje, daarachter de tekst Mesa 06. Met mijn helft van alle documenten en kopieën die we bij ons hebben in een map onder een arm stapte ik een ruimte binnen vol bureaus, boven elk bureau een nummer. Een vriendelijke jongeman achter bureau 06 gebaarde me tegenover hem een stoel te nemen en terwijl hij door de documenten en kopieën bladerde die ik hem gaf, hoorde ik de stem van Heidi, die bureau 07 had geloot en nu achter me zat, Boris op schoot.

 

Een en ander leek voorspoedig te verlopen tot de drie ambtenaren die ons van dienst waren—aan Heidi’s bureau werkte een veteraan een trainee in—onenigheid kregen over wat de beste manier is onze residentieaanvragen een digitale toekomst te garanderen. Daarnaast sprongen ze om de haverklap overeind om collega’s te helpen mensen uit Afrika en Zuid-Amerika ervan te overtuigen dat ze nog niet aan de beurt waren.

 

Aardig wat tumult in de ruimte waar het voorlaatste oordeel over onze residentieaanvraag zou worden geveld en omdat mijn stem onder dergelijke omstandigheden slecht functioneert, zette ik de plastic schermen die waarschijnlijk alweer vijf jaar op bureau 06 en 07 stonden op de grond. De ambtenaren die ons van dienst waren, leken een eurekamoment te beleven en de communicatie verliep soepeler. Maar net toen we dachten dat de wedstrijd was gespeeld, besloot de veteraan die Heidi van dienst was dat van onze paspoorten van elke pagina een kopie noodzakelijk was.

 

Heidi sust de twee Guardia Civilagenten die opschrokken uit de telefoons waarin ze staarden toen Boris en ik door hun metaaldetectorpoort liepen en het alarm afging. Terwijl Boris zijn tanden in een van mijn broekspijpen zet, richt ik me tot de drie ambtenaren die achter hun balie de bonnetjesprintende computer bedienen.

Todas las páginas!” roepen de drie uit in koor.

Todas las páginas,” antwoord ik en ik zet iets in beweging, want een minuut later staren Heidi en ik naar een document dat leest dat onze residentieaanvragen zijn afgewezen als we op 14 februari 2026 nog niets van de extranjería hebben gehoord. Weer een minuut later snuffelt Boris voor de extrajería aan een lantarenpaal, begint het te regenen en denk ik aan het Verenigd Koninkrijk, waar Heidi en ik in 2022 belandden en waar het aanvragen van onze visa zo’n drama bleek te zijn dat Heidi besloot eerst mijn aanvraag af te ronden en daarna aan die van haar te beginnen.

 

Twee keer reisde ik met stapels documenten en betalingsbewijzen naar Nederland om mijn visumaanvraag in gang te zetten, mijn stem op te laten nemen, mijn irissen te laten scannen en mijn vinger- en polsafdrukken af te laten nemen. Tijdens het maken van pasfoto’s bij een fotograaf in Cambridge, dicht bij het dorp waar Heidi en ik woonden, bleek mijn gezicht niet herkenningsgeniek te zijn. Pas na de vierde sessie keurde een overheidsinstantie de foto goed die de fotograaf na iedere sessie digitaal naar die instantie stuurde. In plaats van een hoesje met vier pasfoto’s gaf de fotograaf me een QR-code mee, die Heidi in mijn visumaanvraag verwerkte, en de Residence Permit die ik uiteindelijk in London ophaalde, was een biometrisch ID-bewijs waaraan nog slechts mijn bankrekening hoefde te worden gekoppeld—de techniek was destijds nog niet ver genoeg ontwikkeld—om mijn deelname aan een nieuw monetair systeem zeker te stellen en tegelijkertijd mijn opsluiting in een digitale gevangenis te effectueren.

 

Het chartale en girale geld dat we kennen, wordt—orwelliaans misschien, maar waar—op korte termijn vervangen door digitaal geld dat in werkelijkheid krediet is dat we kunnen verdienen of verspelen met ons gedrag. Zodra ons gedrag—nog orwelliaanser misschien, maar waar—chartaal en giraal geld definitief als valuta heeft vervangen, is onze opsluiting in die digitale gevangenis een onomkeerbaar feit en pas dan tijdens verkiezingen een stem uitbrengen op een niet-globalistischgeoriënteerde partij is te laat.

 

Nu bij meer mensen het besef inzinkt dat de invoering van een sociaalkredietsysteem, wat ik een digitale gevangenis noem, geen complottheorie is, maakt big tech haast met het voltooien van dat systeem, daarbij gesteund door vrijwel alle overheden wereldwijd, niet in het zadel geholpen door mensen die geïnformeerd een democratische stem uitbrachten, maar door mensen die een door de top van de kapitalistische piramide gemanipuleerde stem uitbrachten.

 

Het bestormen van de water- en energieverslindende datacentra, die overal als paddenstoelen uit de grond schieten, zal eerdaags de enige manier zijn onze vrijheid terug te winnen, maar ik twijfel of zo’n bestorming kans van slagen heeft. We hebben big food en big pharma—net als big tech, big media en big wat niet eigendom van de top van de kapitalistische piramide—ons onze bestormingswaardige gezondheid laten ontnemen en daarnaast leggen de hooivorken die ten tijde van de bestorming van de Bastille effectief waren het af tegen tijdens de Oekraïneoorlog geteste en verder ontwikkelde drones, die datacentra zullen beschermen en die tot AI hun besturing overneemt tijdens hun dodelijke missies zullen worden bestuurd door de jonge mensen die zich nu door westerse krijgsmachten laten ronselen voor strijd tegen de Russen—die geen behoefte hebben buiten Oekraïne ook maar een voet op Westerse bodem te zetten. En terwijl ik mezelf in mijn gedachten toebijt dat het tijd is mijn dystoforie wat te beteugelen, stappen Heidi, Boris en ik op Salamanca’s Plaza Mayor een café binnen.

 

Langs een bronzen man, die, realiseer ik me, de schrijver Torrente Ballester moet zijn en die me uit lijkt te nodigen bij hem aan te schuiven voor een goed gesprek, lopen we naar de toog. Heidi loopt door naar het toilet; ik bestel koffie. Als Heidi terugkomt, schudt ze haar hoofd. Ze wrikt Boris’ kaken los van mijn broekspijp, komt overeind met Boris in haar armen en zegt: “Hoelang heb ik je alleen gelaten? Een minuut? Ik ga ervan uit dat de politie wordt gebeld,” en ze knikt naar twee kelners die achter de toog op hun telefoons tikken terwijl een derde kelner zijn telefoon op ons gericht houdt. “Kan dat nou echt niet een keer anders?”

“Ik was nog vriendelijker dan in die copyshop, maar we moeten vanwege Boris onze koffie buiten drinken. Toen ik zei dat we in dat geval ergens anders koffie gaan drinken, brak de pleuris uit. Ga je gang als je die knapen een euro wilt geven voor het gebruik van het toilet, maar ...” “Ja, ja,” valt Heidi me in de rede. Ze legt een euro naast onze koffie op de toog en als we het café verlaten, probeert een van de kelners ons de pas af te snijden. Heidi duwt hem van ons af en even later zitten we tussen enorme Ionische zuilen op een trap voor een paleis tegenover de kathedraal van Salamanca. We zijn nat maar niet doorweekt. Tussen ons in, naast Boris, snort de gasbrander onder onze mokkapot en als ik twee mokken uit mijn rugzak pak, vraagt Heidi: “Waarom zijn we naar een café gegaan als je alles bij je hebt om koffie te zetten.”

“Ik bedacht thuis al dat Boris misschien een spelbreker zou zijn,” en ik vraag me af waar vooral jong personeel in cafés nu toch zo bang voor is. Geen wet in Spanje verbiedt honden in horeca. Een gast die voor honden allergisch is, zegt: “Hatsjoe,” schuift een tafeltje op en … “Is dat zo?” onderbreekt een stemmetje in mijn hoofd mijn gedachten en ik besef dat het woord dystoforie dat ik zojuist verzon zo’n stom woord niet is. Voortdurende onrust over de geleidelijke normalisering van een dystopische werkelijkheid, bedenk ik inwendig grinnikend als definitie voor dat woord, maar het grinniken vergaat me als tot me doordringt dat de geest van het sociaalkredietsyteem waarin we eerdaags leven uit de fles is. Veel mensen lijken aan te voelen dat het passend is dat systeem een digitale gevangenis te noemen en veel vooral jonge mensen lijken een poging te doen alvast voldoende krediet te verwerven om in die gevangenis te overleven.

 

Ik uh… ik kijk wel uit het hardop te zeggen, maar ik denk dat het leven onder de Stasi in Oost-Duitsland aangenamer was dan ons leven in een sociaalkredietsysteem zal zijn en … man, ik zou graag bij Ballester zijn aangeschoven voor een goed gesprek. Een vraag die ik hem zou stellen, is waarom hij zich na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog aansloot bij de falangisten. Waarschijnlijk zou ik leren dat falangisme destijds iets anders was dan geschiedenisboeken nu stellen dat het was en Ballester en ik zouden het erover eens zijn dat geschiedenis feiten bevat maar verder slechts een verzameling is van verhalen die pas waarde heeft als we weten uit wier of wiens koker de verhalen komen—en waarom—en als we kennis hebben genomen van álle verhalen rond een geschiedkundig onderwerp.

 

Wanneer Bill Gates is geboren en wanneer bepaalde niet-globalistischgeoriënteerde politieke partijen zijn opgericht, zijn feiten. Dat Bill Gates een filantroop is en dat niet-globalistischgeoriënteerde parlementariërs rechts-extremisten zijn, zijn verhalen. Geen onenigheid daarover met Ballester en … de mokkapot pruttelt. Boris kijkt verbaasd op. Ik schenk koffie in een mok en als ik Heidi die mok geef, zegt ze lachend: “Café con leche. Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?”

 

Heidi—als ze het drinkt—drinkt koffie graag met melk. Voordat ik de mokkapot op de brander zette, goot ik de melk die ik in een flesje van huis meenam in het bovendeel van de mokkapot en terwijl ik de mokkapot opnieuw met koffie en water vul, zeg ik: “Als het goed is, is de melk warm geworden voordat de koffie door liep.”

“De koffie is heet.”

“Ei, ei,” mompel ik terwijl ik me realiseer waarom Robert Lemm zijn opwachting maakt in mijn gedachten. Ik interviewde hem over zijn boek Desengaño, waarin hij kritiek levert op vooruitgangsdenken en de vraag stelt of de wereld, als we niet eerst op zoek gaan naar spirituele wijsheid, verbeterd kan worden—het verbeteren van de wereld doorgaans het vermeende uitgangspunt van vooruitgangsdenken. Tot zo’n tweeduizend jaar geleden—Lemm en ik verschillen voor wat dat tijdvak betreft van mening—was zoeken naar spirituele wijsheid voor de mensheid een tweede natuur en pas sinds, zeg, de bestorming van de Bastille lukt het de top van de kapitalistische piramide, door ons ongeacht het onderwerp middels zijn invloed op onderwijs en journalistiek slechts een selectie van verhalen voor te leggen, ons denken zo te manipuleren dat we geloven dat wat we vooruitgang noemen vooruitgang is …

 

Met Lemm sprak ik ook over Miguel de Unamuno, die zo’n honderd jaar geleden rector was van de universiteit van Salamanca. Unamuno stelde kennis en cultuur als voorwaarden voor vrijheid, en de verbetenheid waarmee de top van de kapitalistische piramide kennis en cultuur probeert te vernietigen, lijkt erop te wijzen dat hij een punt had. Unamuno, als ik het me goed herinner, zag zwaktes in de democratie als bestuurssysteem en dat zou zonder mijn afstuderen in gevaar te brengen tot goede gesprekken tussen hem en mij hebben geleid omdat ik van mening ben dat democratie geen zwaktes kent maar zwak ís en onherroepelijk wordt misbruikt een einde te maken aan kennis, cultuur en uiteindelijk vrijheid. Erudiete, cultuurverbonden, in vrijheid levende mensen vormen immers een gevaar voor de top van de kapitalistische piramide, die binnen ieder ander bestuurssysteem aan een leiband zou worden gelegd.

 

Unamuno keerde zich aan het begin van de Spaanse Burgeroorlog tegen de repressie die de nationalisten doorvoerden en opnieuw inwendig grinnikend beslis ik dat die repressie verbleekt bij de repressie waaraan mensen inmiddels onderhevig zijn die twijfelen aan de grandeur van een sociaalkredietsysteem of twijfelen aan de verhalen die de top van de kapitalistische piramide via big media met de wereld deelt. En ook voor wat dat betreft, kijk ik wel uit het hardop te zeggen, maar als ik was gedwongen een keuze te maken, zou ik tijdens de Spaanse Burgeroorlog het nationalistische kamp hebben gekozen. Van alle ismes die ik ken, spreekt nationalisme me het meest aan, hoewel niet zoveel als tribalisme, waarvoor ik het woord dorpisme verzin om het een westerse tint te geven.

“Ja maar,” roept in mijn hoofd de top van de kapitalistische piramide uit in koor, “de geschiedenis leert ons dat we tribalisme te vuur en te zwaard moeten bestrijden.”

“Nee, nee,” hoor ik mezelf antwoorden, “de geschiedenis leert ons over tribalisme niets negatiefs. Slechts een paar verhalen doen dat. Ondanks de bommen die big defense met onze door de top van de kapitalistische piramide gemanipuleerde instemming op tribale gebieden laat regenen, leven mensen er gelukkig en …” de mokkapot pruttelt. Ik schenk koffie in mijn mok en Boris kijkt op als achter ons een deur van het paleis opengaat. Een oudere man, kalend, grijze baard en snor, ziekenfondsbrilletje op de neus, stapt haar buiten en zet zijn hoed op. Hij knikt vriendelijk, zegt: “Qué perrito tan bonito wat een leuk hondje,” en loopt via de trap waarop Heidi en ik zitten de regen in.

“We moeten vechten tegen het lot,” roep ik hem na, “ook al is er geen hoop op overwinning!”

“Wat …?” zegt Heidi terwijl de man omkijkt, naar me lacht en een duim opsteekt.

“Unamuno,” mompel ik.

“Huh…?”

“Niet langer leven als jager-verzamelaars is geen vooruitgang. Leven in een democratie is geen vooruitgang en leven in een sociaalkredietsysteem is al helemaal geen vooruitgang—hoewel de top van de kapitalistische piramide dat anders ziet. Alleen het scheppen van een klimaat waarin we weer goede gesprekken kunnen voeren, is vooruitgang.”

Heidi schudt haar hoofd en zegt dan lachend: “Jij hebt lef …”

“Huh…?”

“Je zei: ‘Klimaat ...’”


Meer lezen? Neem een kijkje in de webshop.


 
 

Met jouw steun kan ik blijven schrijven.

Lieve groet, Nikko 🙂

Of doneer direct:

ES9430580709052720066355

BIC/Swift: CCRIES2AXXX

t.n.v. Nikko Norte

Dank je wel!

bottom of page