hldd0umdhyh5c7mglsn29ql0j-tre89i1w4h9m-533tsstg-4wd1kw-wetspv7ov6qf520qq6sl6dt-qwfy8gsd6y-pn8d9g-dm1iazu29-hpbioy52dq8xm12kf5x4n
top of page
  • Foto van schrijverNikko Norte

Zij die bijna stierven, groeten u …

Midden mei 2023. Een verlaten camping in de buurt van het dorp Luzy, in de Franse Bourgogne. Slaap ik? Waak ik? Niets verstoord de stilte. Of wel? Moos de herdershond piept zacht. Ik rits mijn slaapzak open en kom half overeind. Heidi, ongesteld, is naar het toilet gegaan en is te lang weg.


De rits van de tent is nog open. Ik kruip naar buiten en loop door de donkere nacht naar het sanitairgebouw, waarvan een raam licht uitstraalt. Binnen vind ik Heidi bewegingsloos op de tegelvloer van de centrale hal, haar benen nog in een toilethokje, haar ogen open. Geen zichtbare verwondingen. In een oogwenk heb ik haar overeind getild, wat misschien niet de beste manier is om te handelen. Maar Heidi beweegt haar hoofd, kijkt me aan en vraagt: ‘Wat doe jij hier?’

‘Je lag op de grond. Wat is loos?’

‘Huh…?’


Leunend op mijn arm zwalkt Heidi terug naar de tent. Halverwege zakt ze in elkaar. Op haar knieën zit ze in het gras, haar hoofd voorover geknakt. Moos likt in haar gezicht. Voorzichtig duw ik Heidi om om te kunnen reanimeren. Ik bedwing me dat ook te doen want ik voel een pols en als ik haar in een stabiele zijligging probeer te leggen, kijkt Heidi naar me op en vraagt ze: ‘Wat ben je nu weer aan het doen?’


Nog twee keer herhaalt zich het drama voordat Heidi in de tent in haar slaapzak ligt, haar enige klacht dat ze het koud heeft. Ik weet dat ik een ambulance moet bellen, maar Heidi houdt vol dat er niets aan de hand is en ik weet ook dat ik in haar boek een misdaad bega als ik die ambulance toch bel. Zeventig regelmatige hartslagen per minuut, haar spraak coherent. Ik besluit de ochtend af te wachten.


Om halfzes gaat eindelijk de wekker. Heidi, nadat ik haar wakker heb gemaakt, geeft aan dat ze zich goed voelt en tijdens ons ontbijt probeer ik de woede te onderdrukken die me al uren in zijn greep heeft. Ik wandel kort met Moos, zet onze koffie voor onderweg en terwijl ik ons kamp opbreek, loopt Heidi me op eigen kracht in de weg. Als we net na halfzeven vertrekken, geeft de TomTom aan dat we 563 kilometer te gaan hebben naar Üxheim, in de Duitse Eifel, waar een verslaggever van De Andere Krant me morgen interviewt.


Heidi slaapt, haar hoofd op een kussen tegen het raam, haar slaapzak over zich heen. Rond negen uur tuffen we langs de stadsmuren van Langres, waarover we vandaag een wandeling zouden maken. Heidi ontwaakt als we tien minuten later via een smalle brug over een meer rijden. Ze pakt onze Stanleythermos, verdeelt koffie over twee mokken, keuvelt over de leuke huisjes op de oever van het meer en er knapt iets in mijn hoofd. Fel val ik uit over hoe Heidi de laatste twee jaar haar conditie verwaarloosde en hoe ze het vertikte te luisteren naar het advies dat ik haar gaf om die conditie snel weer op te krikken. ‘En dit,’ bijt ik haar toe, ‘is het resultaat van hoe je het beter wist. Zelfs een bejaardenwandeling over een stadsmuur is geen optie meer.’


Het blijft lang genoeg stil om spijt te hebben van mijn uitval. Dan snikt Heidi: ‘Ik weet allang dat ik niet in orde ben. Je was erbij toen ik in Oostenrijk mijn bloed wilde laten prikken en werd weggestuurd omdat ik ongevaccineerd ben.’ En dat is waar, realiseer ik me. Ik eh… ik ben dat voorval bij die huisarts vergeten en alle puzzelstukken vallen op hun plek. Ik pak Heidi’s mok uit haar handen, zet hem in een houder tussen onze stoelen en vraag haar hoelang ze ongesteld is.

‘Sinds we naar Cádiz reden, dat dorp aan de kust. Waarom pak je mijn koffie af?’

‘Cadaqués, niet Cádiz. Dat is meer dan een week geleden. Hoe vaak zijn we gisteren gestopt omdat je nog steeds bloed verliest?’

‘Vaak. Maar waarom pak je mijn koffie af?’

‘De laatste twee jaar zijn je menstruaties heftiger geworden. Tijdens elke menstruatie verlies je meer hemoglobine dan je lichaam tussen twee menstruaties aan kan maken. Cafeïne remt de opname van ijzer, dat je nodig hebt voor de aanmaak van hemoglobine.’ Heidi kijkt stuurs voor zich uit en mompelt dan: ‘Ik probeer je al jaren duidelijk te maken dat ik in de overgang ben.’ Ook dat is waar en we hadden Heidi’s bloed na die botsing met een Oostenrijkse huisarts ergens anders moeten laten controleren. In plaats daarvan richtte ik mijn aandacht op Heidi’s verslechterende conditie – een logisch gevolg van haar ijzertekort – en emigreerden we naar Engeland om de waanzin in Oostenrijk te ontvluchten. Engeland confronteerde ons met een ander type waanzin en voordat de inkt op onze visums droog was, reisden we naar Catalonië, in Spanje, waar we ons net door alle immigratieformaliteiten hebben geworsteld. Ik schud mijn hoofd. Al meer dan dertig jaar help ik mensen allerhande gezondheidsproblemen te overwinnen; onze eigen gezondheid verloor ik uit het oog …


Zwijgend rijden we nog een uur tot ik in het dorp Neufchâteau parkeer. Een boucherie heb ik snel gevonden en … fermée. Zondag! Terug bij de auto vraag ik de TomTom ons naar een Leclerc te gidsen. Fermé. Maar net voordat we bij die Leclerc belandden, zag ik een geopende Intermarché. Ik doe daar boodschappen en nog steeds zwijgend rijden we weer een uur tot ik de TomTom zie rekenen, wat betekent dat ik een afslag heb gemist. Tien minuten later rekent de TomTom nog steeds en parkeer ik op de oprit van het Deutscher Soldatenfriedhof van Thiaucourt.


Het kerkhof is verlaten. Nadat ik wat kookgerei in een rugzak heb gepropt, vinden we een plek in het gras tussen sobere kruizen. Ik snijd een ui in stukjes, giet olijfolie in een pannetje dat ik op onze gasbrander zet en fruit de stukjes ui voordat ik een pak spinazie in het pannetje leegschud. Terwijl de berg spinazie slinkt, snijd ik een tweede ui in grove stukken. Spinazie van het vuur, koekenpan op het vuur, olijfolie erin, ui erin, twee stukjes lever erin. Ik draai de stukjes lever om, laat mijn blik over de kruizen om ons heen glijden en denk aan Albert Schweitzer, die ooit opmerkte dat oorlogsgraven de grootste predikanten zijn voor vrede. Beetje naïef …


Hoe zou het de wereld zijn vergaan als Adolf Hitler op 4 januari 1933 geen ontmoeting had gehad met Duitse en Amerikaanse industriëlen en de bankier Kurt von Schroeder? Zou de wereld überhaupt van Hitler hebben gehoord als bankiers zoals de Amerikaanse J.P. Morgan zich afzijdig hadden gehouden van de wereldoorlog die voorafging aan de wereldoorlog waarvoor een vluchtige blik op de geschiedenis slechts Hitler verantwoordelijk stelt? Wat als die bankiers niet hadden bedacht dat hun macht over Europa onbegrensd zou zijn als Europese landen zich bij hen in schulden stortten om oorlog te kunnen voeren? Wat als in 1915 het Bryce Report met de korrel zout was genomen die het verdiende en wat als diezelfde J.P. Morgan tijdens de Eerste Wereldoorlog niet alle hem ten dienste staande medianoviteiten had gebruikt om de Amerikaans desinteresse in oorlog in Europa om te zetten in oorlogszucht? De vraag der vragen op dat front is of er in Oekraïne dagelijks duizenden mensen zouden sterven als Boris Johnson niet op 9 april 2022 met Volodymyr Zelensky had gesproken en … Moos piept zacht. De lever brandt aan! Ik pak de koekenpan van het vuur, zet de pan spinazie er nog even op en verdeel de eenvoudige doch ijzerrijke maaltijd die ik heb bereid over twee borden.


We delen onze vroege lunch met Moos, die telkens weer een poot op mijn arm legt als ik haar niet na elke derde of vierde hap die ik neem een stukje lever geef. Onze borden leeg rol ik Heidi de grapefruit toe die ik opdiep uit mijn rugzak; vitamine C stimuleert de opname van het non-heemijzer in Heidi’s spinazie.


Die avond staat onze tent aan een Eifeloog, een met water gevulde vulkaankrater in de Duitse Eifel. Ik bak twee biefstukjes, stoom broccoli, rasp nootmuskaat over de broccoli en rol Heidi, onze borden leeg, een sinaasappel toe. Een wandeling rond het Eifeloog zit er niet in, hoewel Heidi het probeert.


Na mijn interview in Üxheim, de volgende dag, rijden we door naar Nederland, waar we ons een paar dagen later melden bij Rob Elens, een huisarts die door de rechter tot een boete is veroordeeld omdat hij de afgelopen drie jaar in tegenstelling tot het gros van zijn collega’s trouw bleef aan de eed van Hippocrates die hij ooit aflegde. Hij prikt Heidi’s bloed en geeft haar een recept mee voor een medicijn dat haar menstruatie stopzet. Laat die middag rinkelt Heidi’s telefoon. Als ze ophangt, kijkt ze me verdrietig aan. ‘Mijn hb-waarde is 2.8. Rob heeft een afspraak voor me gemaakt in het ziekenhuis, maar ik ga daar niet heen.’


‘Heidi heeft nog een dag of vier te leven,’ zegt Rob als ik hem terugbel en ik besef dat hij gelijk heeft; het negeren van een hb-waarde van 2.8 staat gelijk aan zelfmoord. Maakt Heidi’s beenmerg nog hemoglobine aan? Die vraag kan op korte termijn alleen in het ziekenhuis worden beantwoord. Ik weet Heidi daarvan te overtuigen en een uur later ligt ze aan een ijzerinfuus in een ziekenhuisbed. Niets mis met haar productie van hemoglobine, blijkt in de loop van de avond, hoewel Heidi’s hb-waarde bij aankomst in het ziekenhuis nog eens een tiende punt was gedaald.


De nacht is lang. Ik heb mijn laptop bij me en zie kans dat ding zonder Heidi’s hulp met het internet te verbinden. Ik lees het zoveelste onderzoek dat aantoont dat een schrikwekkend percentage van de oversterfte die de wereld nu zo’n anderhalf jaar teistert, moet worden toegeschreven aan de covidvaccins. Het overige percentage, denk ik er zelf bij, wordt gevormd door de mensen die stierven en sterven aan de gevolgen van de coronamaatregelen zoals dat Heidi waarschijnlijk zou zijn overkomen als Moos de herdershond even niet had opgelet …

 

Support me!

paypal.me Of doneer direct:

ES1100492183112014004990

BIC/Swift: BSCHESMM

t.n.v. Nikko Norte

 

Blog delen? Graag!

bottom of page