hldd0umdhyh5c7mglsn29ql0j-tre89i1w4h9m-533tsstg-4wd1kw-wetspv7ov6qf520qq6sl6dt-qwfy8gsd6y-pn8d9g-dm1iazu29-hpbioy52dq8xm12kf5x4n
 
Zoeken
  • Nikko Norte

Zien we scherper door onze tranen?

Kwart over vier. De opkomende zon kondigt een mooie dag aan. Glooiende korenvelden zo ver ik kan kijken. Houten palen met elektriciteitsdraden langs de smalle B-weg waarop ik rijd en witte richtingsborden met zwarte letters op kruisingen en splitsingen. De slapende dorpen waar ik doorheen rijd. Vakwerkhuizen met rieten daken. Pubs met namen als Dog & Duck en George & Dragon. Na onze vlucht uit Oostenrijk belandden Heidi en ik in dit deel van Engeland in de jaren zestig van de vorige eeuw. Dat bevalt goed en … een sirene. Zwaailichten achter me. Zo dicht als ik kan, stuur ik langs de hedgerow links van me. Een ambulance stuift me voorbij.


Drie brieven vonden we gisteren op onze deurmat. De eerste brief die Heidi opende, leerde ons dat mijn visum in London klaarligt om opgehaald te worden. Niet mijn verdienste. Call the toll-free number when you are from Ukraine. When you are not from Ukraine, keep your credit card ready, op de website van de Britse overheid, deed me afhaken, waarop Heidi zich in die visumaanvraag vastbeet. De twee andere brieven, één voor Heidi, één voor mij, leerden ons dat de National Health Service ons dringend aanraadt ons zo snel mogelijk door een huisarts tegen corona te laten vaccineren …


Juli 2022. Data van juist de Britse overheid laten er geen twijfel over bestaan dat coronavariant omikron inmiddels een vrijwel exclusieve aangelegenheid is voor mensen die zich tegen corona lieten vaccineren. Niet alleen lopen die mensen meer risico met omikron besmet te raken, ermee in een ziekenhuis te belanden en eraan te overlijden, maar volgens een door de gangbare media genegeerde studie die New England Journal of Medicine onlangs publiceerde, zijn gevaccineerde mensen ook besmettelijker en langer besmettelijk dan ongevaccineerde mensen nadat ze met omikron besmet zijn geraakt.


Wie twijfelt aan de effectiviteit en de veiligheid van de vaccins tegen corona ontkent de wetenschap. Studies of data die die aantijging onderbouwen, blijven uit, tientallen studies, gepubliceerd door medische vakbladen, genegeerd door de gangbare media, tonen aan dat het coronavaccinatieprogramma moet worden stopgezet, maar … man, die ambulancesirene echoot nog steeds door mijn hoofd. Vreemd is dat niet. In het huis dat Heidi en ik onlangs in een klein dorp betrokken, dringt geen geluid door van verkeer. Misschien juist daarom komt het geluid van ambulancesirenes hard binnen. Elk uur ten minste één keer. ’s Nachts is het doorgaans rustig; tegen het ochtendgloren begint het feest.


Twee dagen geleden leunde een ambulancebroeder in ons dorp tegen zijn ambulance. Midden dertig, sportieve uitstraling en een crew cut, net als ik, zijn kompaan waarschijnlijk in de Kings Arms voor koffie. Ik bracht mijn Cannondale wat bruusk voor hem tot stilstand, hij keek me verbaasd aan en ik vroeg hem: ‘Helmand?

How’d you know?

Tattoo on your right calf says Mar Karadad. That puts you in Musa Qala in December 2007.’ Hij keek naar beneden, schudde zijn hoofd en zei: ‘I’m wearing … bugger! I know you from the gym. You been over?

Uruzgan.

The lucky Dutch …

Cowardly Dutch, I’d say.’

‘You were one of them …’

‘True. End of 2007, for weeks on end and for no reason, we shelled LNs in Deh Rawod with mortars and 500-pounders. A lot of them fled to Musa Qala, contributed to your problems there.’

I remember that. Just after Musa Qala, you came out of your compounds for the first time, killed each other.

We did. But eh… what’s up here? Dawn till dusk, sirens blazing. That normal?

Is the next pandemic.

Next pandemic?

Is ABV.

ABV?

Anything But the Vaccine. Is worse than covid …


Bij het uitrijden van een dorp stuit ik op de ambulance die me net passeerde. Hij staat stil voor een stilstaande auto. Een vrouw loopt op de weg heen en weer, een telefoon aan haar oor, radeloosheid in haar houding, twee broeders druk met een levenloze man achter het stuur van de auto. Terwijl ik het tafereel langzaam passeer, bedenk ik dat ik vorige week in Cambridge op eenzelfde tafereel stuitte. Net toen ik uit de auto stapte om mezelf nuttig te maken, arriveerde een ambulance en schoven broeders me aan de kant.


Anything But the Vaccine, Sudden Adult Death Syndrome, geboortedaling? Houdt een en ander verband met een eerdere besmetting met corona, met de stress die het Westen de afgelopen twee jaar onnodig is opgelegd, met de hoeveelheid pizza die we eten en onze beweging in de frisse lucht die er dagelijks bij inschiet? Of eisen onze vegetarische en veganistische diëten hun tol eerder dan verwacht? Eén mogelijk causaal verband is onbespreekbaar. Jammer, want het is een mogelijk causaal verband dat eenvoudig kan worden uitgesloten door de vaccinatiestatus te controleren van de slachtoffers van ABV en SADS en van vrouwen wier zwangerschap anders verloopt dan gebruikelijk, drie fenomenen die in delen van de wereld inmiddels voor meer ellende zorgen dan corona deed en doet, zeker nu steeds meer onderzoeken aantonen dat corona minder slachtoffers claimde dan overheden ons voorhouden en … ik rem, rijd achteruit en stuur een zijweg in.


De ochtendzon op mijn gezicht pak ik de ketel van onze gasbrander en giet ik kokend water in de filter op de rand van onze Stanleythermoskan. Tussen klaprozen zit ik in de berm van een onverharde weg die door net gemaaide velden kronkelt, James Hollands laatste boek naast me in het gras. Al dagen ben ik met de Nottinghamshire Sherman Rangers Yeomanry onderweg van de Alameinlinie, in Egypte, via een kort oponthoud in Engeland en een amfibische landing op het Normandische landingsstrand Gold, naar Bremen, in Duitsland. Jonge Engelse jongens die leven en sterven in hun Shermantanks. Gisteravond belandden we op 4 maart 1945 in Issum, in Duitsland.


Ik drink koffie en lees tot Henry Hutchinson uit zijn Shermantank klimt en op een mijn stapt. Een traan landt op pagina 475 van Hollands boek en voordat mijn emoties een negatieve schaduw op deze dag werpen, berg ik wat ik heb gebruikt om koffie te zetten op in de auto en pak ik mijn Cannondale eruit. Voor het ophalen van mijn visum kan ik in London pas om negen uur terecht. Genoeg tijd voor beweging in de frisse lucht. Ik klik de auto op slot, stop de sleutel in de uitlaat, fiets de zon tegemoet en negeer de pijn in mijn lies.


Sinds ik ontdekte dat het waarschijnlijk mijn psoasspier is die dwarsligt, is de pijn in mijn lies op zijn retour. Een bezoek aan een arts was een optie geweest, maar wie niet haar of zijn eigen dokter is, is een dwaas, aldus Hippocrates, wiens eed te veel artsen onlangs aan de wilgen hingen. En dat doet me denken aan artsen in Canada, die recentelijk in cohorten aan SADS bezwijken. Toen ik de eerste naam op de lijst van plotseling overleden Canadese artsen aan een zoekmachine toevertrouwde – wie vandaag de dag niet haar of zijn eigen journalist is, is ook een dwaas – vond ik eerst – oh, zwarte zwaan – een IJslandse muzikant met dezelfde naam, die onlangs plotseling overleed. Pas daarna vond ik de arts die ik zocht en die inderdaad onlangs plotseling overleed. Tot nu toe, in 2022, twee keer zoveel overleden artsen in Canada dan in de jaren voor 2021 en de gemiddelde sterfteleeftijd van Canadese artsen keldert …


Mijn lies warmgedraaid, geniet ik van mijn omgeving en ik weet dat het beeld zo zal vervagen van dominee Leslie Skinner, die op kruisingen graven graaft naast uitgebrande Shermantanks. Nadat ik straks mijn visum heb opgehaald, rijd ik door naar de vliegschool waar ik ooit mijn eerste vlieglessen nam en als alles meezit, vlieg ik vanmiddag heen en weer naar het eiland Wight voor krab en asperges aan het strand.


Ik eh... ik wilde geen piloot worden als ik later groot was; ik wilde zwerver worden, dwalend van avontuur naar avontuur, genietend van zonsopkomsten, van het gezang van vogels, van zonsondergangen en van het gehuil van wolven bij nacht, zoiets. Mijn wens kwam uit – minus de wolven – en ik bedacht lang geleden dat ik een effectievere zwerver zou zijn als ik kon vliegen. Ik besloot te beginnen met het vliegen van flexwing ultralights, voornamelijk omdat ik dacht mezelf te kunnen leren die apparaten te besturen voordat ik me bij een vliegschool meldde voor het echte werk.


Flexwings waren in Nederland niet te koop, maar ik vond er een in Frankrijk. Een skelter met drie wielen, een propeller achterop, een driehoekige vleugel erboven. Krakkemikkige vliegmachine, perfect voor trainingsdoeleinden. Met een vriend reed ik naar Frankrijk en onderweg raakte er iets los van de aanhanger die we trokken. Nadat ik voor mijn flexwing had betaald, naast een verlaten hangar op een verlaten grasbaan, en nadat mijn vriend en de verkoper naar een garage waren gereden waar een lasser onze aanhanger misschien kon repareren, nam ik plaats in mijn nieuwe aanwinst. Ik startte de motor door aan een koord te trekken dat van het frame naar beneden hing, zoals de verkoper had gedemonstreerd, voerde het toerental van die motor op door een hendel te bewegen en reed vooruit. Sturen deed ik door het voorwiel met mijn voeten naar links of rechts te duwen en trots taxiede ik op de grasbaan op en neer. Toen vloog ik. Ik won hoogte en compenseerde dat door de stang waarmee ik de vleugel bewoog naar me toe te trekken. Bewoog ik die stang opzij, dan vloog ik in de tegenovergestelde richting. Briljant, hoewel de vliegmachine niet ongeschonden uit de landing kwam die volgde op mijn vaststelling dat de hoeveelheid benzine in de doorzichtige jerrycan boven mijn hoofd snel slonk. Om een bekwaam piloot te worden, besloot ik toen en daar, waren vlieglessen onontbeerlijk en ik vond een vliegschool in Engeland.


Heuvel op, heuvel af. Frisse zomerlucht in mijn gezicht. Geen verkeer en geen idee waar ik ben. Puttertjes vliegen van struik naar struik langs de weg met me mee. Ik voel me goed en … mijn adem stokt. Een enorm dood hert in de berm. Ongewild flitsen mijn gedachten naar de levenloze vrouw waarop Moos de herdershond me een paar dagen geleden attent maakte. Tussen de brandnetels lag ze op haar buik onder aan de vestingwal waaraan ons huis in jaren zestig Engeland grenst.


Voordat Heidi kon zien wat ik zag, draaide ik haar bij haar schouders om en stuurde ik haar achter een wandelaar aan die ons even eerder telefonerend tegemoet en voorbij liep. ‘Alarmnummer. Is hier misschien geen 112. Ambulance. Nu.’ Heidi trok een sprint en wee van narigheid klauterde ik de vestingwal af.


Slank. Sandaalachtige wandelschoenen over grijswitte sokken. Groene, korte bloemetjesjurk. Halflang, krullend, grijzend haar, los. Een arm bewoog. Niet dood.

I am here to help you. Do you hear me?

Een kreun.

What is your name? Could you tell me what happened?

I’m Joë,’ vanonder de bos haar, Joë’s gezicht nog steeds op de grond, haar hoofd bewegingloos, ‘but my real name is Josephine. My mother was Australian.’ Onzinnige informatie, maar mijn opluchting was massief.

Are you in pain, Joë?’ Schrammen en kleine, bloedende wondjes op haar handen en onderarmen.

No, but I’m dizzy.

Okay, Joë, don’t move. I will help you. Give me twenty seconds,’ en ik klom omhoog naar waar Moos haar aandacht verdeelde tussen Joë en mij en Heidi, die gelukkig in mijn richting keek. Ik kruiste mijn onderarmen, wachtte op een bevestiging en klauterde weer naar Joë, die, toen ik haar overeind hielp, een kleine, op het oog sportieve vrouw bleek te zijn die ik iets ouder schatte dan mezelf. ‘Please hold my arm, Joë, let’s take some steps.

You’re kind. I'm all right. I'm seventy-five.’ Oeps. I walk every day, but sometimes I'm dizzy. Could you call my husband? His name is Neil Young, like the singer, but he is more handsome.


Haar bewegingen ongecoördineerd, pakte Joë een mobiele telefoon uit haar tas, die ik had opgeraapt. Maar Joë was in haar val haar bril kwijtgeraakt en ik heb van mobiele telefoons geen verstand. Heidi vond Joë’s bril, ik sprak met Neil Young en tien minuten later beende een stevige kerel op ons af door de droogstaande gracht waarin we stonden. Hij bedankte ons en voegde daaraan toe: ‘Joë makes a habit of falling since she took the jab.

And you didn’t?

Don’t be ridiculous. I’m only seventy-eight. Still teach them youngsters at the boxing gym. Whole country is out for the count because of those jabs …


Heuvel op, heuvel af. Een zwarte eekhoorn huppelt op me af. Pas als het dier en ik een meter van elkaar verwijderd zijn, huppelt het de berm in en … bramen. Ik rem, leg mijn Cannondale in de berm en terwijl ik de zwartste bramen pluk en opeet, denk ik aan de Sherman Rangers, die ik achterliet in Dixperlo. Toen hun oorlog eindigde, op 8 mei 1945, droomde een kleine groep mensen verder over een duizendjarig rijk …


Alles wat ons recentelijk overkwam en binnenkort nog overkomt, is georkestreerd en wie volhoudt dat the great reset een complottheorie is, is terminaal kortzichtig. Het Westen wordt bewust in as gelegd opdat het zich eerdaags out for the count en snikkend van dankbaarheid in die great reset schikt. Nadat een akkoord is bereikt tussen Oekraïne en Rusland zal Oekraïne het eerste land zijn dat wordt opgebouwd conform de staatkundige inzichten van de kleine groep mensen die droomt van een duizendjarig rijk. Een voor een zullen andere landen zich noodgedwongen aan die staatkundige inzichten onderwerpen, zeg, aan slavernij onderwerpen.


Amerikaanse, Britse en Canadese legers komen ons dit keer niet te hulp. Hun gelederen zijn uitgedund door ABV en SADS en hun materieel bleef achter in Afghanistan of wordt nu naar Oekraïne verscheept. Toch heeft het Westen nog steeds de mogelijkheid zijn schwabinetten te schonen van wefkeffers, banden met clubs zoals de EU te verbreken en individuele landen weer op te bouwen zoals dat na 1945 gebeurde, maar het window of opporunity to just build back verengt …


Ik pluk een laatste braam en denk aan Hippocrates. Als artsen ons geen goed kunnen doen, moeten we ze ervan weerhouden ons kwaad te doen. Hetzelfde, bedenk ik, geldt voor journalisten en politici …


paypal.me/nikkonorte64 Blog delen? Graag!