hldd0umdhyh5c7mglsn29ql0j-tre89i1w4h9m-533tsstg-4wd1kw-wetspv7ov6qf520qq6sl6dt-qwfy8gsd6y-pn8d9g-dm1iazu29-hpbioy52dq8xm12kf5x4n
 
Zoeken
  • Nikko Norte

Stadhoudersbrieven …

Terwijl ik me uitrek, rillend van de kou, hoor ik Moos zacht piepen. In de deuropening van de caravan die Heidi en ik afgelopen zomer bouwden, zit ze op het bed, dat we nog tot bank moeten terugbouwen. Help me even, weet ik dat Moos’ gepiep betekent en dus loop ik door het bevroren gras, wit in het licht van de maan, naar onze caravan en til ik vijfendertig kilo herdershond naar de grond. Alweer druk met allerhande hondenzaken likt Moos me bij wijze van dank – denk ik – vluchtig in mijn gezicht waarna ze zich op het spoor van een eekhoorn stort en in het bos verdwijnt.


Zes uur ’s morgens. Man, het is koud. Waarschijnlijk omdat hij ooit opmerkte dat zes uur slaap per nacht voldoende is voor wie in het leven het onderste uit de kan wil halen, denk ik aan Arnold Schwarzenegger. And if six hours is not enough, voegde hij aan zijn opmerking toe, then sleep faster. Mooie vent, die Arnold. Met een vriend pikte ik lang geleden een kartonnen reclamebord met zijn beeltenis uit de lobby van een bioscoop in Rotterdam.


Arnold Schwarzenegger op een motorfiets, een rood lampje in een van zijn ogen. Alsof we waren ingehuurd om dat te doen, liepen mijn vriend en ik met Arnold tussen ons in de bioscoop uit, waarna Arnold en ik ons verscholen in een steeg en mijn vriend zijn Renault 4 ophaalde. Arnold paste niet in de Renault, dus we legden hem op het dak. Mijn vriend hield Arnold door het raam vast met zijn linkerhand en stuurde met zijn rechterhand. Ik hield Arnold door het tegenoverliggende raam vast met mijn rechterhand en bediende de versnellingshendel van de Renault met mijn linkerhand. Blauwe zwaailichten achter ons op het moment dat de wind grip kreeg op Arnold. De agenten die ons aanhielden, verzamelden de onderdelen van Arnold, die over de weg verspreid lagen, legden ze in de achterbak van de Renault en lieten ons doorrijden met een waarschuwing voor te langzaam rijden.


Niet het gedrag van ordelievende burgers, beseften we destijds al, maar in de bioscoop waaruit we Arnold pikten, viel ons een week eerder wat onrecht ten deel en dat, redeneerden we, rechtvaardigde ons vergrijp. Jongelui verstoorden de film die we keken. Ze schreeuwden door de film, gooiden bierflesjes door de zaal, bedreigden andere filmbezoekers, openden knipmessen, dat soort zaken. We hadden de onrustzaaiers uit de bioscoop gezet en anders dan ons te bedanken, belden medewerkers van de bioscoop de politie om aangifte tegen óns te doen.


Water voor koffie! Op een helende gebroken enkel strompel ik naar het sanitair van de camping in Brabant, in Nederland, waarop we een eenzaam hoekje bezetten. Moos komt uit het bos tevoorschijn en bijt speels in een hand die haar voedt. Kerstverlichting voor het raam van de donkere campingreceptie in de verte. Ik eh… ik denk dat ik zeker weet dat ik van de Kerstman een Nespressoapparaat krijg, wat me eraan herinnert dat de Kerstman nog niet weet wat Heidi van hem krijgt, terwijl Nederland zich in een nutteloze lockdown schikt. De Kerstman zal Heidi’s cadeautjes online moeten kopen. Nu weet de Kerstman wel hoe dat werkt, maar van elektronisch betalen heeft hij geen kaas gegeten en … koud water stroomt over mijn hand. Ik schrik op uit mijn gepieker, vul de tweede veldfles die ik bij me heb met water en denk op de terugweg naar onze caravan, de dag nog lang niet aangebroken, aan de kerstbomenjacht, die jarenlang een van de hoogtepunten van mijn kerstvakantie vormde.


Vijf dagen lang ging mijn wekker om vier uur ’s nachts. Ik trok twee paar sokken aan, hield mijn pyjama aan onder mijn broek en trui en sloop de trap van mijn ouderlijk huis af. Kaplaarzen aan, jas aan, handschoenen mee en door de achterdeur naar buiten. Mijn vriendje Robbie was wakker na het eerste steentje dat ik tegen zijn raam gooide en voordat de dag aanbrak, hadden we alle kerstbomen verzameld die mensen in de Rotterdamse wijk Ommoord de voorgaande avond van de balkons van flatgebouwen hadden gegooid. We sleepten die kerstbomen naar de leeggemaakte schuren achter onze huizen en om narigheid met kerstbomen jagende bendes te voorkomen, wisten we alle sporen die onze nachtelijke arbeid konden verraden.


Hoewel het niet afdeed aan de kilometers die we aflegden op onze kaplaarzen, was de buit de eerste nacht na Kerstmis altijd schamel. Naarmate de laatste dag van het jaar dichterbij kwam, veranderde dat. Slierten kerstbomen zwoegden we over grasvelden en door straten aan touwen achter ons aan en op oudejaarsavond, om twaalf uur, verzamelden buurtbewoners zich rond ons kerstbomenvuur op de kruising naast ons huis.


Maar Robbies en mijn ijver had een keerzijde. Na ons eerste kerstbomenavontuur, zeven jaar oud, tweede klas lagere school, eerste schooldag na de kerstvakantie, verhaalde ik in de klas hoe Robbie en ik meer dan honderd kerstbomen hadden verzameld voor een kerstbomenvuur. De juf keek me dreigend aan en zei: ‘Ik denk niet dat jij van je ouders kerstbomen mag verbranden in de straat. En meer dan honderd kerstbomen? Laat me niet lachen.’ Mijn vader, wilde ik uitroepen, was het brein achter ons kerstbomenavontuur geweest, maar ik slikte mijn woorden in en keek naar Dick, mijn buurjongen, die bij ons kerstbomenvuur zijn vuurwerk had afgestoken – Robbie zat een klas hoger. Dick keek van me weg, de klas joelde terwijl de juf hoofdschuddend op me neerkeek en ik besefte dat ik iets belangrijks leerde. Lang voordat ik Heraclitus ontmoette, leerde ik dat de waarheid kansloos is als hij ongelofelijk is.


Heidi heeft in de caravan het bed tot bank omgebouwd, zie ik als Moos met haar snuit de deur opent voordat ze haar voorpoten op de caravanvloer zet en help me even piept. Ik til haar achterlijf de caravan in en klim zelf naar binnen. Moos stort zich op het eten, dat Heidi voor haar heeft klaargezet, de dieselkachel blaast en Heidi heeft Netflix opgestart op de televisie. Ik kook water voor koffie, meng bessen, gedroogd fruit, noten, pitten en zaden tot een holbewonerontbijt en denk aan het gesprek dat ik gisteravond voerde met de vriend waarmee ik Arnold Schwarzenegger ooit uit een bioscoop pikte, wat misschien de werkelijke reden is dat ik zojuist aan Arnold Schwarzenegger dacht. Het rapport over het eigen onderzoek naar de werkzaamheid en bijwerkingen van de Pfizervaccins, dat de firma Pfizer onder dwang van een rechter publiceerde, kon ik volgens mijn vriend onmogelijk hebben gelezen. Als zo’n rapport al bestond, zouden onderzoeksjournalisten van kwaliteitskranten daar aandacht aan hebben besteed.


Ik eh… ik zag onderzoeksjournalisten van kwaliteitskranten aan het werk in Afghanistan in de periode dat Nederlandse militairen daar dienden, bedacht ik toen ik vannacht een deel van mijn zes uur slaap gefrustreerd naar het plafond van onze caravan staarde. Braaf herhaalden ze in hun artikelen wat pers informatie officieren hun voorschotelden en veel Afghanen rond de Nederlandse kampen in Afghanistan zouden nu nog leven als onderzoeksjournalisten onderzoek hadden gedaan in Afghanistan …


De zoon van een Oostenrijkse politieagent die de grootste bodybuilder van de wereld wordt, filmster én gouverneur van een Amerikaanse staat. Twee zevenjarige jongetjes die meer dan honderd kerstbomen verzamelen voor een vuur op oudejaarsavond. Ongelofelijke waarheden! Een andere ongelofelijke waarheid is dat negentig procent van alle media wereldwijd onder een groep van zo’n tien mediagiganten ressorteert en dat die tien mediagiganten eigendom zijn van dezelfde paar conglomeraten waarvan ook de farmaceuten die onze coronavaccins produceren eigendom zijn.


Weer een andere ongelofelijke waarheid is dat de eigenaars van de paar conglomeraten die, onder andere, vrijwel alle media en de meeste farmaceuten in eigendom hebben, in samenwerking met een aantal overheden wereldwijd, waaronder de Nederlandse, de uitbraak van een relatief ongevaarlijk virus misbruiken om tot een nieuwe wereldorde te komen, to build back better. Via vaccins, die de meesten van ons niet nodig hebben en waarvan de bijwerkingen voor de meesten van ons bedreigender zijn dan corona, naar een QR-code en via economische chaos naar digitaal geld. Is dat digitale geld eenmaal geïntroduceerd, dan vervangt een traceerbaar, lichaamsgebonden identificatiebewijs, dat ook als portemonnee dienst doet, de QR-code, waarna ons lichaam deel uitmaakt van het internet of things, een sociaalkredietsysteem het daglicht ziet, een vrolijk kerstfeest nog slechts voor een enkeling zal zijn weggelegd en … het gezicht van buurjongen Dick doemt op in mijn gedachten. Buurjongen Dick die bij Robbies en mijn kerstbomenvuur zijn vuurwerk afstak en die het een paar dagen later onder de maatschappelijke druk in een klaslokaal niet aandurfde de kant van de waarheid te kiezen. De ongelofelijke waarheden die me vannacht wakker hielden, zijn een stuk minder ongeloofwaardig voor wie zelf wat onderzoek doet en het vertrouwen opzegt in onderzoeksjournalisten én wetenschappers die het zelfs niet aandurven speels de hand te bijten die hen voedt.


Met de komst van de coronavariant omikron is vanuit een medisch perspectief het einde in zicht van de coronacrisis, die geen crisis was geweest zonder de nauwelijks verborgen, verborgen agenda waaraan veel overheden zich houden. Omikron verspreidt zich snel maar maakt zijn slachtoffers nauwelijks ziek en is daarmee het beste vaccin tegen corona. Onafhankelijke wetenschappers schreeuwen het van de daken. Letterlijk, want geen onderzoeksjournalist spreekt met hen en volgens de sociale media – wie zijn de eigenaars van die sociale media? – verspreiden die wetenschappers misleidende medische informatie, wat voor onderzoeksjournalisten tot de vraag zou moeten leiden waarom ze dat halverwege vaak glansrijke carrières zouden doen. Wie zelf wat onderzoek doet, vindt de doorgaans goed onderbouwde informatie van die wetenschappers en vindt de onderzoeken waaraan ze refereren.


De e-mails die onlangs publiek werden gemaakt van Nederlandse politici aan het World Economic Forum, een orgaan waarin de mensen zich hebben verzameld die de uitbraak van een relatief ongevaarlijk virus misbruiken om tot een nieuwe wereldorde te komen, doen me denken aan de stadhoudersbrief die Prins Bernard mogelijk schreef in 1942. Áls Bernard die brief ooit schreef, is de vraag of hij dat had mogen doen zonder iemand daarvan in kennis te stellen. Wie zelf wat onderzoek doet naar het WEF beseft dat de nobele doelen waarmee het orgaan dweept een rookgordijn vormen en beseft dat geen politicus banden met het WEF zou mogen onderhouden zonder haar of zijn kiezers daarvan in kennis te stellen. En waarom niet zelf wat onderzoek doen? In de helft van de tijd die een NOS-journaal duurt, leren we bijvoorbeeld dat het grootste deel van de coronapatiënten in ziekenhuizen in Zuid-Afrika en Engeland, waar omikron inmiddels dominant is, niet met corona is opgenomen, maar positief testte na te zijn opgenomen voor iets anders. Stop bang te zijn voor waar we niet bang voor hoeven te zijn en verander de definitie van het woord ordelievend zoals tien jaar geleden de WHO – wie financiert de WHO? – de definitie van het woord pandemie veranderde.


De enige constante in ons leven is verandering, aldus Heraclitus. Man, ik ben gek op verandering, maar de verandering die onder het mom van strijd tegen corona ondemocratisch wordt doorgevoerd, gaat me te ver, de methoden die worden gehanteerd om die verandering te bewerkstelligen, zijn misdadig en … ‘Blijf je nog lang voor de televisie staan?’ vraagt Heidi. Ik pak mijn holbewonerontbijt op – ook een goed vaccin tegen corona – struikel over Moos en ontdek dat onze caravan te klein is om te vallen, vraag me af wie ooit opmerkte dat slechte mensen hun doelen slechts bereiken als goede mensen toekijken en besef dat ik geen Dick wil zijn …


Feel free to share ...