hldd0umdhyh5c7mglsn29ql0j-tre89i1w4h9m-533tsstg-4wd1kw-wetspv7ov6qf520qq6sl6dt-qwfy8gsd6y-pn8d9g-dm1iazu29-hpbioy52dq8xm12kf5x4n
top of page
  • Foto van schrijverNikko Norte

Ratio's requiem ...

25 februari 2021, noteerde ik in mijn dagboek op het moment dat het geraas van brekend glas- en aardewerk mijn rust verstoorde. Nog voordat dat geraas was verstomd, was ik vanachter mijn bureau overeind gesprongen. ‘Help,’ klonk Heidi’s stem. Ik vond haar in de keuken, leunend op het aanrecht, een keukenkast over haar hoofd en bovenlichaam. Over de vloer, vol scherven, gleed ik naar haar toe om op mijn sokken niet in een scherf te stappen. ‘Help,’ klonk het opnieuw vanuit de keukenkast, ‘Mijn man is klusser.’

 

Ik grinnik bij de gedachte aan dat voorval van gisteravond en krijg een snauw van de tandarts, haar gezicht twintig centimeter boven het mijne. ‘Hohhy,’ mompel ik over het geslurp van het slangetje onder mijn tong en mijn gedachten dwalen naar hoe ik een halfuur geleden de tandartspraktijk binnenstapte na een wandeling in het donker door de kniehoge sneeuw.

 

Langs twee gemondkapte mensen in de piepkleine entreehal van de tandartspraktijk wilde ik via de glazen deur die de entreehal scheidt van de ruime ontvangsthal doorlopen naar de bali in die ontvangsthal. Een van de twee wachtenden tikte me op mijn schouder en wees op een A4’tje op de glazen deur die ik inmiddels al deels had geopend. Van dat A4’tje leerde ik, terwijl ik iets achteruitliep en de glazen deur zich weer sloot, dat we ons samen sterk maken tegen corona door ons in de tandartspraktijk een voor een aan de balie in de ontvangstruimte te melden. Pas op een teken van de receptionist kon één persoon de entreehal via de glazen deur verlaten om zich te melden aan de balie in de ontvangsthal. Terwijl ik berekende dat die entreehaal een oppervlakte heeft van nog geen drie vierkante meter stapte een derde persoon die entreehal binnen.

 

Die derde persoon bleek een van de al wachtenden te kennen. Mondkapjes werden aan één oor gehangen en het geanimeerde gesprek dat ontspon, werd onderbroken door een DHL-medewerker, die zich met een pakje in de hand tussen ons door worstelde. Toen die DHL-medewerker zich zonder pakje op zijn weg naar buiten opnieuw tussen ons door worstelde en zijn mondkapje langs mijn gezicht, was ik het zat. Ik opende de glazen deur, stapte de ontvangstruimte binnen en schrok van de autoriteit waarmee de receptionist vanachter een plexiglasplaat op haar balie een hand ophief die te smal was voor de lengte ervan. Een hand waarvan de vingers zich waarschijnlijk urenlang doelmatig over een toetsenbord kunnen bewegen, maar die door de evolutie op een zijspoor was gezet voor de meeste overige doelen die handen dienen, en eh… verschrikt bleef ik staan en ik wachtte op de orders die noodzakelijk waren om de paniek die uitbrak te bezweren. In het coronagevaar waaraan ik bezoekers en personeel van de tandartspraktijk blootstelde, was niemand geïnteresseerd, maar het leek alsof ik me voor mijn beurt aan de ontvangstbalie had willen melden en dat viel niet in goede aarde bij de drie wachtenden in de entreehal.

 

Hoe dan ook, ik wachtte in de ontvangsthal mijn beurt aan de bali af en nadat ik toen het mijn beurt was mijn verzekeringspasje over de plexiglasplaat aan de receptionist had gegeven, gebaarde ze me naar een kleine, te warme, ongeventileerde wachtkamer waarin over elke tweede stoel met rood-wit plastic lint een kruis was gespannen. Twaalf stoelen, telde ik snel, en vijf van de zes veilige stoel al bezet. Voordat ik op de laatste vrije stoel kon gaan zitten, stapte een oude man de wachtkamer binnen, die ik de laatste vrije stoel aanbood. Kort daarop bevonden we ons met acht personen in die kleine, te warme, ongeventileerde wachtkamer en … ‘Bitte ...’ Gedwee open ik mijn mond wijder.

 

Het is een lieve vrouw, onze tandarts, haar bitsheid vermoedelijk aan concentratie te wijten. Een paar dagen geleden meldde ik me al in de praktijk, de coronaspelregels van vandaag nog niet van kracht. Heidi had de afspraak telefonisch bevestigd en het had me verbaasd toen Heidi opmerkte dat het de tandarts zelf was die had gebeld. De afspraak die Heidi had bevestigd, was een afspraak die de tandarts voor haar echtgenoot met me maakte. Net als zijzelf is haar echtgenoot van Turkse komaf. Hij beheerst de Duitse taal minder goed dan zijn vrouw en van skiën bakt hij helemaal niets. Ik had me op het afgesproken tijdstip niet in de tandartspraktijk moeten melden, maar bij een skilift om de echtgenoot van de tandarts skiles te geven, wat mijn gedachten naar de skicursus doet dwalen waaraan ik twee weken geleden zelf deelnam.

 

Tot de limiet van vijftig personen was bereikt, propten studenten en leraren zich tien dagen lang in de gondel naar de top van de Hochjoch, de berg aan de voet waarvan Heidi en ik wonen. Niet helemaal waar want één dag was die gondel niet tot de limiet met mensen beladen. Die stond naast de cursus waaraan ik deelnam een slalomkampioenschap op het programma. De pers was daarbij aanwezig. Vijfentwintig mensen in de gondel, geen vijftig, om te voorkomen dat een foto van een volgeladen gondel zijn weg zou vinden naar de voorpagina van een krant. Daarnaast was ons verboden foto’s van de cursus op de sociale media te plaatsen om te voorkomen dat op een van die foto’s mogelijk was te zien dat geen ziel zich om anderhalve meter bekommerde en ... er jeukt iets in mijn nek. Waarschijnlijk een haartje dat in mijn trui is blijven steken na mijn cloak and daggeravontuur van gisteren.

 

16.00 Tür ist offen, las het Whatsappbericht dat ik ontving. Om vijf voor vier parkeerde ik in Bludenz en klokslag vier uur stapte ik een donkere kapsalon binnen. Nog voordat de deur achter me was dichtgevallen en ik selamün aleyküm had gemompeld, een hand op mijn borst, pakte mijn vriend Hauol, die uit het donker opdook, me bij een arm en duwde hij me een stookhok in. Hij sloot de deur van het stookhok, deed het licht aan en zei: ‘Viel Polizei, özür dilerim. Setz dich. Kurz? Kahve mi?

 

Wie immer,’ antwoordde ik terwijl ik ging zitten op een kruk naast een verwarmingsketel: ‘aber erst Kaffee, dann kurz.’ Hauol glimlachte, drapeerde een kapperslaken over mijn schouders, schoof een capsule in het Nespressoapparaat op de verwarmingsketel en gaf me de tijd me te realiseren dat ik sinds het uitbreken van corona nog niemand ben tegengekomen met angst voor corona, hoewel ik regelmatiger dan ooit op angstige mensen stuit. Een week eerder nog, in Nederland. Aan de deur van een winkel duwde een medewerker me mijn bestelling in de hand alsof we een drugstransactie afhandelden. Toen ik haar vroeg om iets wat ik vergeten was te bestellen, keek ze verschrikt in beide richtingen de straat in, waarna ze de deur sloot en binnen op zoek ging naar wat ik nog nodig had. Een paar seconden later opende de eigenaar van de winkel de deur. ‘Ga alsjeblieft verderop staan,’ beet hij me toe: ‘Het sterft hier van de BOA’s.’

 

Een dag eerder, in de Jumbo ... een raggertje schiet door de wortel van de kies die wordt behandeld in mijn tandvlees. Empathisch dept de tandartsassistent een traan van mijn jukbeen. ‘Keine coronakilos,’ zei ze toen ze de stoel waarin ik had plaatsgenomen in afwachting van de tandarts naar achteren liet kantelen. Een vriendelijke opmerking die me somber stemde, omdat de realiteit me hard raakte dat ik welhaast verplicht ben mijn gezondheid te offeren aan massa-angst voor een virus waarom we zouden hebben gelachen als we niet recentelijk de pizza hadden omarmd en waren gestopt ons te bewegen. Natuurlijk heb ik geen coronakilo’s. Als het de omstandigheden, falende overheden in dit geval, zou lukken mijn recht op beweging in te perken, consumeer ik iets minder, niet ingewikkeld. De omgekeerde compensatie is lastiger. Sinds mijn sportschool is gesloten en ik thuis met halters hobby, ben ik fors afgevallen.

 

Ik eh… ik bezocht niet vaak een tandarts in mijn leven. Ik woonde zelden ergens lang genoeg om een tandartsroutine op te bouwen. En huisartsen? vraag ik mezelf om mijn gedachten af te leiden van slurpende slangetjes onder mijn tong en raggertjes. Meer dan twee huisartsbezoeken waren het gedurende mijn volwassen leven niet. De eerste keer was jaren geleden in Duitsland, waar Heidi en ik een periode woonden en waar een gezondheidsattest van een huisarts een voorwaarde was voor het afsluiten van een zorgverzekering. Na een halfuur in een bedompte wachtkamer vol mensen die voor het woord gezondheid een andere definitie hanteerden dan ik, ondermijnde mijn onvermogen een dossier van een vorige huisarts te overleggen een goede verstandhouding met Herr Dokter. Ook de antwoorden die ik gaf op vragen over mijn voedingspatroon deden die verstandhouding geen goed. ‘Milch,’ hield de corpulente veertiger me voor, ‘ist unbedingt notwendig.’ Nog enigszins inschikkelijk vroeg ik hem of de kleurtjes op het staafje in mijn urine wellicht verontrustende informatie prijsgaven. ‘Nichts los, aber …’ misbruik makend van Heidi’s afwezigheid beloofde ik mijn nieuwe vriend een draai om zijn oren als hij niet rasch het formulier tekende dat mijn verzekeringswaardige gezondheid bevestigde en ik leerde kort daarop van onze verzekeringsagent dat Duitsers hun huisarts gemiddeld zeventien keer per jaar bezoeken. Zeventien stevige wandelingen per jaar en corona zou … laat ook maar.

 

Mijn tweede huisartsbezoek was hier in Oostenrijk. Corona sloeg volgens de Oostenrijkse overheid, allesvernietigend om zich heen en wederom wachtte ik een halfuur in een bedompte wachtkamer vol mensen die een andere definitie voor gezondheid hanteerden dan ik, de twee kinderen in die wachtkamer ieder met een zakje gummibärchen in de hand. Twee schrobberingen was ik rijker voordat ik de huisarts onder ogen kwam. De eerste van de receptionist, omdat ik zonder Mund- und Nasenschutz de praktijk binnenstapte en het mondkapje weigerde dat ze me aanbood, de tweede van de kuchende congregatie in de wachtkamer, omdat ik een raam opende.

 

Frau Doktor, die me aan Spongebob deed denken – twee dunne beentjes onder een tonnetjerond bovenlichaam – maakte geen amok over het ontbreken van een dossier en nadat ik haar had uitgelegd dat ik al een paar jaar last heb van keelpijn en dat mijn vrouw me had verplicht een huisarts te bezoeken, gaf ze me mijn derde schrobbering van de dag, een schrobbering overigens die mijn genezing inleidde en waarvan de kern was dat ik al enige tijd zou zijn overleden als iets kwaadaardigs mijn keelpijn veroorzaakte. Ik diende me te melden bij een KNO-arts, die, toen ik me bij hem meldde, constateerde dat er in mijn keel niets verontrustends te vinden was. In mijn stem bespeurde hij echter wat spanning, wat me op een verwijzing naar een logopedist kwam te staan, in wier praktijk, toen de verwijzing een paar dagen later in een afspraak resulteerde, ik door een rietje lucht in een beker water blies, mama zei tegen een opgeblazen ballon die ik tussen twee handen voor mijn gezicht hield, besloot dat ik keelpijn verkoos boven logopedie en … ‘Zähne zusammen,’ beveelt de tandartsassistent vriendelijk terwijl ze met een pincet een zwart papiertje tussen mijn kiezen houdt en ik me realiseer dat geen van ons drieën IC-materiaal is in het geval een tussen ons zwevend, met het coronavirus bezwangerd aerosol ons met corona bezwangert.

 

Toch, bedenk ik, ziet het ernaar uit dat we achterstaan in de wedstrijd tegen de homo voordetelevisiens, die zich goed aanpast aan de veranderende omstandigheden waaronder we vandaag de dag leven en die in onze evolutie voor een onderbroken evenwicht lijkt te zorgen. Aan zo’n onderbroken evenwicht ligt volgens de theorieën die erover bestaan vaak een ramp ten grondslag en als mijn mening telt, is niet corona die ramp, maar de pizza, symbool voor onze ongezonde levensstijl. En toch reist de homo voordetelevisiens eerdaags weer naar de Costa del Sol voor cerveza, tapas en welverdiende rust, terwijl de tandarts, haar assistent en ik waarschijnlijk achterblijven. Als we ons al tegen corona willen laten vaccineren, zijn we voorlopig niet aan de beurt, we zijn immers gezond, en zonder vaccinatie wordt reizen, daar ziet het naar uit, een lastige affaire.

 

Zähne zusammen,’ beveelt dit keer de tandarts. Mijn kiezen voelen op hun plaats. Ik geef haar een knipoog en stap kort daarop opgelucht de sneeuw in. Moos de herdershond komt overeind en duwt haar kop tegen mijn knie. Dan laat ze zich vallen in de sneeuw en rolt erin rond, haar poten in de lucht. Ik fluit, het dier rent achter me aan en samen lopen we ons warm. De zon is opgekomen en kleurt de sneeuw op de toppen van de bergen om ons heen oranje. Drie kwartier te gaan, het laatste kwartier steil omhoog. Moos bijt af en toe in mijn hand om de negatieve spiraal te doorbreken waarin ze terecht denkt dat mijn gedachten zich bevinden. Veel succes heeft ze niet. De initiële en begrijpelijke maar inmiddels onterecht gebleken angst voor corona is overgegaan in angst voor BOA’s en gaat nu over in angst onze vrijheden te verliezen als we ons niet massaal laten vaccineren tegen een virus dat lacht om vaccins omdat het, om maar iets te noemen, te snel muteert.

 

Ik deel die angsten niet. Ik heb me gemeld voor het verzet en kom er wel uit. De enige angst die ik koester, is dat we Darwins en Spencers survival of the fittest binnenkort letterlijk moeten nemen en dat de homo voordetelevisiens de wedstrijd alsnog verliest. Nog voordat mijn vrijheden zover zijn beperkt dat ik geen andere keuze meer heb dan me vrijwillig te laten vaccineren, zullen de maatregelen tegen corona, vaccinaties incluis – juist vaccinaties, ben ik bang – de mensheid zo zwak hebben gemaakt dat alleen een goede gezondheid ons nog kan redden en man, als ik niet de atheïst was die ik ben, zou ik een god kiezen tot wie ik voor mijn ongelijk kon bidden.

 

Bergop gaan Moos en ik. Nog een kwartier te gaan. Koffie! Na die koffie, en voordat Heidi terugkomt van het inmiddels door de overheid illegaal verklaarde paardrijavontuur waaraan ze zich en paar keer per week waagt, moet ik zien dat ik die keukenkast weer aan de wand krijg. Met een hand op de tot heuphoogte ingezakte sneeuw waardoor ik een loopgraaf groef om van de weg naar onze voordeur te lopen, denk ik aan de film Gladiator en dan aan een uitspraak van Marcus Aurelius: het doel van het leven is niet de kant van de meerderheid te kiezen, maar de rangen van de waanzinnigen te ontvluchten …

 

Support me:

paypal.me Of doneer direct:

ES1100492183112014004990

BIC/Swift: BSCHESMM

t.n.v. Nikko Norte

 

Blog delen? Graag!

bottom of page