Zoeken
  • Nikko Norte

Geneeskrachtige krijgers

Wind huilt om ons vakantiehuisje op Texel en echoot hol in de schoorsteen. Dat is niet wat me wekte. Moos wekte me; het geraas van de wind heeft het dier bang gemaakt. Ik hoor of zie haar niet maar weet dat ze als een tijger naar het voeteneind van ons bed sluipt. Eén poot op het bed, dan twee. Ik voel haar wachten op mijn reactie en houd mijn adem in. Met een achterpoot op het bed werkt ze haar lijf omhoog. Een paar wankele stappen over het matras en met een ingehouden zucht laat ze zich zakken tussen Heidi en mij, haar kop op mijn schouder. Nog een zucht en ik voel het lijf van onze dappere herdershond ontspannen.

Slapen kan ik vannacht vergeten en dat geeft niet; ik heb genoeg om over na te denken. Vanmiddag vond ik op het internet een Canadese kano met een spiegel voor een buitenboordmotor. Een plan was snel gesmeed, Heidi het enige obstakel – dacht ik. ‘Hoeveel kilometer?’ was haar logische vraag.

‘Achttienhonderd.’

‘Oké, elke dag een paar sluizen waar we die kano langs moeten dragen, boodschappen doen, werken … dat lukt niet in een maand. We doen er zeker 10 weken over om de Middellandse Zee te bereiken en als we daar eenmaal zijn, ga je me vertellen hoe leuk het is om nog een stuk langs de Franse kust te varen. Drie maanden gaat dat avontuur duren. Regel twee vouwfietsen om in die boot mee te nemen, van die Bromptons, dan kunnen we er op de fiets opuit als we de tent ergens hebben opgezet. En we hebben een dynamo … nee, hoe heet zo’n ding nodig voor stroom.’

‘Een centrifuge.’

‘Lul …’

Man, dat was niks tegengevallen en nu ik toch wakker lig, pieker ik de rest van onze uitrusting bij elkaar, pieker ik over stroomsnelheden en over de snelheid die we uit een 2,5 pk-motortje halen als roeien ons niet vooruit helpt en besef ik dat er geen druk op de voorbereidingen ligt; het zal nog even duren tot reizen binnen Europa weer een optie is. Voordat we naar bed gingen, keken we de film War Horse en ik vraag me af wat er was gebeurd als corona aan het einde van de Eerste Wereldoorlog was uitgebroken, niet de Spaanse griep.

1918/1919. Artsen in hospitalen stellen geschrokken vast dat vooral oudere mensen zich melden met ziekteverschijnselen waaronder ademhalingsproblemen. Een virus, dat is snel duidelijk. Omdat dat virus zich via naar huis terugkerende soldaten over de wereld lijkt te verspreiden, bestoken voornamelijk bezorgde ministers van oorlog elkaar met telegrammen. Het zijn diezelfde ministers van oorlog die rond grote steden militaire tenten laten opbouwen waarin slachtoffers van het mysterieuze virus in afzondering kunnen worden behandeld door van de slagvelden terugkerende, medisch geschoolde militairen, die voor de zekerheid hun gasmaskers dragen. Artsen staan onderwijl met de handen in het haar. Jongere slachtoffers van het virus komen er veelal weer bovenop. Een aantal oudere patiënten overlijdt. In de weken na de virusuitbraak, trekken ouderen en zwakkeren zich overal waar het virus toeslaat reflexmatig uit het publieke leven terug. Even reflexmatig houden jongere mensen wat afstand tot elkaar en dragen veel van hen halsdoeken over hun mond en neus. Even plotseling als het virus is uitgebroken, dooft het uit. Winston Churchill, net aangesteld als minister van oorlog, stuurt het telegram de wereld in dat hem beroemd zou maken: quite a scare that was … stop … glad we were irresponsible and right … stop … not responsible and wrong … stop en corona haalt de geschiedenisboeken niet.

Moos’ ademhaling tegen mijn wang verstoort mijn gedachtestroom en terwijl ik het dier van me af kantel, voorzichtig om Heidi niet wakker te maken, bedenk ik hoe krankzinnig het is dat de carrières van politici vandaag de dag een factor zijn in de manier waarop een samenleving een bedreigend virus tegemoet treedt en ik grinnik stilletjes als ik besef dat het niet minder krankzinnig is om lepeltje-lepeltje met een herdershond in bed te liggen. Hoe zou corona tegemoet zijn getreden als mensen zoals Churchill nog aan de politieke touwtjes hadden getrokken? Ogenschijnlijk zonder aanleiding dwalen mijn gedachten naar de voorbereidingen voor de uitzending van de eerste Nederlandse troepen naar Uruzgan, die ik deels meemaakte.

“… Op de Deelense Hei,” schreef ik daarover in mijn boek Onvoorspelbaar verleden, “oefenden pelotons hoe ze bendes talibanstrijders van zich af moes­ten vechten. Daarnaast was het belangrijk dat de battlegroup en de taskforce tot een vorm van samenwerking kwamen. Alle aanwezige militairen sliepen in partytenten. Andere partytenten waren verdeeld in hokken die elk een container voor­stelde zoals we die in de Nederlandse kampen in Uruzgan zouden aantreffen en van waaruit de troepen die buiten de poorten van die kampen opereerden, zouden worden aangestuurd. Overal liepen ka­bels waarmee de laptops van de aansturende militairen met elkaar waren verbonden en hordes officieren waren er druk mee een pe­loton de poort van het oefenkamp uit te krijgen. Verliet een pelo­ton uiteindelijk die poort, dan werd het halverwege de bestemming aangevallen door in lakens en dekens gehulde collega-militairen, zeg bendes talibanstrijders, of ontdekte het een ingegraven bermbom. In het eerste geval vocht het peloton zich uit zijn benarde positie en deed de pelotonscommandant de verplichte meldingen via de radio, waarop de hordes aansturende militairen zich over prangende vra­gen bogen. Moesten er helikopters worden ingezet om het peloton bij te staan? Moest de Quick Reaction Force uitrukken? Hoe moest worden omgegaan met getraumatiseerde burgers die in het kruisvuur waren beland? Stonden artsen in het veldhospitaal paraat om de gewonde op te vangen die tijdens de talibanaanval was ge­vallen? Verhitte toestanden in het oefenkamp. In het tweede geval, de ontdekking van een bermbom, deed de pelotonscommandant andere meldingen via de radio en ... verhitte toestanden in het oe­fenkamp, waar mij een veldbed in een partytent was toegewezen en mijn grootste uitdaging eruit bestond onopgemerkt de kopspelden die een majoor op een landkaart prikte naar de júiste kaartcoördina­ten te verplaatsen in de ruimte waarin de hoogste leidinggevenden samenkwamen als een peloton in het voorterrein bendes talibanstrij­ders van zich af vocht. Ik had in die ruimte niets te zoeken maar maakte misbruik van mijn capaciteit achter behang te kunnen verdwijnen.”

Moos droomt en schokt met haar poten. Ik reik over haar heen naar haar voorpoten om te voorkomen dat ze Heidi wakker schopt, vraag me af waarom het woord partytent door mijn hoofd spookt en zie ineens een andere krijgsmacht voor me: een krijgsmacht die zich slechts bekommert om binnenlandse calamiteiten. Een brigade geneeskundige troepen maakt deel uit van die krijgsmacht. Vier bataljons waarvan de commandanten spoedoverleg voeren met hun bevelvoerende generaal en zijn staf. Corona, agressief virus, ademhalingsproblemen …

Voertuigen van de aan- en afvoertroepen passeren de loodsen met de naamschilden Bosbrand, Kernramp, Overstroming en komen tot stilstand voor de loods Virusuitbraak. Vrachtwagen na vrachtwagen wordt volgeladen met partytenten, medische apparatuur en beschermende kleding. De colonne die de voorraden van het 2e bataljon geneeskundige troepen vervoert, verplaatst zich naar Alkmaar. De colonnes die de voorraden van het 3e en 4e bataljon vervoeren, verplaatsen zich naar Den Bosch en Leeuwarden. Voor het aanbreken van de volgende dag zijn de partytenten opgebouwd die dienstdoen als noodhospitaal. Noodkeukens zijn opgebouwd en de voertuigen waarmee eventuele patiënten kunnen worden opgehaald, zijn volgetankt. Chauffeurs en geneeskrachtige krijgers liggen ernaast op hun stretchers, hun beschermende uitrusting binnen handbereik. Helikopters staan paraat om slachtoffers uit Duitsland en België op te halen als dat nodig is en ondertussen rukt een brandblusbataljon uit naar Brabant waar heide- en bosbranden om zich heen slaan.

Menigeen pinkt een traan weg tijdens de uitreiking van de coronamedaille, zes maanden later in het afgeladen Ziggo Dome. Wederom is het de Nederlandse zorgmacht geweest die onheil afwendde. De samenleving bleef na de virusuitbraak met inachtneming van een aantal vrijwillig nageleefde maatregelen op stoom, slachtoffers van het virus vonden opvang in de noodhospitalen en de reguliere gezondheidszorg bleef mensen met niet aan het virus gerelateerde klachten behandelen. Zonder dat het 1e bataljon van de geneeskundige brigade, het reservebataljon, uit hoefde te rukken, werd groepsimmuniteit tegen het virus al na vier maanden bereikt.

Heidi en ik peddelen de Schelde op, op weg naar het zuiden. Antwerpen slaapt en is spookachtig verlaten. Als we later waren vertrokken, hadden we op de motor tegen het tij in moeten varen. Ik schrik wakker van een zucht van Moos en besef dat ik morgen een schrobbering krijg omdat ik het dier op bed heb laten slapen. Healthy citizens are the greatest asset any country can have. Was dat ook van Churchill, hoor ik mezelf van ver aan mezelf vragen en … muziek uit de film Forrest Gump. Het alarm in Heidi’s telefoon. Zes uur ’s morgens. Een paar vogels fluiten al. Een nieuwe dag …


#nikkonorte #corona #uruzgan #prometheus

Schruns, Vorarlberg Oostenrijk

© Nikko Norte

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • Instagram Social Icon