hldd0umdhyh5c7mglsn29ql0j-tre89i1w4h9m-533tsstg-4wd1kw-wetspv7ov6qf520qq6sl6dt-qwfy8gsd6y-pn8d9g-dm1iazu29-hpbioy52dq8xm12kf5x4n
top of page
  • Foto van schrijverNikko Norte

De narrige kabouter …

Het noorden van Groningen. Stralend zomerweer. Her en der in de weilanden gaan de wieken rond van oude windmolens. Schapen grazen op dijken langs kanalen, diepen en maren. Oude huizen en kerken op wierden kijken laatdunkend op me neer alsof ze me willen vertellen dat de gemeenschappen die ze ooit huisvestten de zaken beter voor elkaar hadden dan wij nu. Een oude, hoewel gemotoriseerde platbodem vaart in een kanaal naast me en … oei. Dreiging in de lichaamstaal van de twee mannen die me op racefietsen tegemoetkomen en ogenschijnlijk zonder reden hoor ik Freek de Jonge in mijn gedachten zeggen: Een arbeider ging eens elke dag opgewekt naar zijn werk. Om op het werkterrein te komen, moest hij een slagboom passeren die de portier alleen bereid was voor de directie te heffen; arbeiders moesten er maar onderdoor. Nu had deze arbeider zoiets van ergens onder door voor iemand ooit nooit en dus, bij het werkterrein aangekomen, nam hij een aanloop en met een flinke sprong … felgekleurd spandex om forse buiken. Knieën die zijwaarts bewegen, niet langs de stang. Zwarte zonnebrillen onder fietshelmen. Nog vijftien meter …


Het spandexspan maakt zich breed, het heuphoge fluitenkruid langs het smalle fietspad mijn enige uitweg. Nu heb ik zoiets van het fluitenkruid in voor iemand ooit nooit en dus zet ik me schrap voor wat een beste klap gaat worden. Nog vijf meter en … tierend rijden de fietsers tegen elkaar aan. Ik houd koers en terwijl ik langs het tweetal glip, roept een van hen: ‘Helm! Waarom draag je geen helm?’ Krijg toch wat. Dat is vandaag de tweede keer dat iemand iets naar me roept over een helm die ik niet bezit, laat staan draag. Een uur geleden was ik machteloos; een eenzame wielrenner poetste zijn deugego op. Nu zijn de kaarten gunstiger geschud. Ik rem, keer mijn fiets om en ga op de pedalen staan.


Gestaag fiets ik het gat dicht. Nog vier meter, nog drie. Ik voer mijn snelheid verder op, passeer het tweetal dat zojuist aanstoot nam aan mijn ongehelmde voorkomen, stuur naar rechts en rem. Getier andermaal. Een van de fietsers krijgt zijn voeten niet los van zijn pedalen en valt om. De bergschoenen die ik draag onder mijn wielrenbroek maken het makkelijk van mijn fiets te springen en voordat die fiets in het fluitenkruid valt, grijp ik de fietser die nog staat bij zijn spandex.

‘Waarom ben jij te dik?’ bijt ik hem toe. Hij stottert iets en heft verontwaardigd zijn palmen. Alsof ik ervan schrik, kijk ik naar de hand waarmee ik zijn spandex vasthoud en op het moment dat hij omlaag kijkt, laat ik zijn spandex los en geef ik hem met mijn gekromde wijsvinger een tik onder zijn neus. Kinderachtig, vast en zeker, maar het lucht op.


Enigszins van slag, zo lijkt het, doet mijn nieuwe vriend zijn zonnebril af, die na mijn tik scheef op zijn neus staat. Nerveus kijkt hij naar zijn fietsmaat, die stuntelt in het fluitenkruid om zijn voeten los te krijgen van zijn fiets. Lachwekkend, maar ik houd mijn gezicht in de plooi, waarschuw de fietser in het fluitenkruid zich even niet te bewegen en herhaal mijn vraag aan de fietser tegenover me, een kop groter dan ik: ‘Waarom ben jij te dik?’ Meer gestotter en ik vul aan: ‘Omdat je jezelf elke dag een buitenproportioneel deel van de wereldvoedselvoorraad toekent, toch? En als gevolg daarvan bemest je de wereld buitenproportioneel, elke dag weer. Daarnaast, en alleen omdat je het vertikt niet meer voedsel tot je te nemen dan je nodig hebt, belast je het milieu op nog tientallen manieren buitenproportioneel. En dan hebben we het nog niet over de claim die je legt op de gezondheidszorg. Zolang er mensen zijn zoals jij is er voor mij geen bed vrij in een ziekenhuis als ik een gat in mijn hoofd val omdat twee vetkleppen me van een fietspad rijden.’

Stotter, stotter …

‘Dus,’ vervolg ik mijn monoloog, ‘nooit meer andere mensen lastigvallen en zodra je thuis bent, bestel je mijn boek De holbewonercode. Even lezen, doen wat ik voorstel en over zes maanden vorm je niet meer de bedreiging voor het milieu die je nu vormt. Vragen?’


Zonder op antwoord te wachten, pak ik mijn fiets op. Ik keer het ding om, stap op en vervolg mijn tocht in de wetenschap dat ik weldra een politieagent op mijn pad tref of, erger, een BOA. Het boeit me weinig. Ik heb geen echte klappen uitgedeeld en dat, realiseer ik me, zit me eerder dwars dan dat ik er trots op ben. Sinds het gros van de mensheid corona-, vaccin-, Oekraïne- en klimaatsprookjes heeft omarmd en mij als inferieur wezen behandelt omdat ik die sprookjes niet omarm, zie ik mezelf genoodzaakt een zekere lankmoedigheid aan de dag te leggen om het dagelijks uitdelen van klappen te voorkomen en ik eh... ik twijfel of die lankmoedigheid bijdraagt aan een betere wereld …


Geen politieagenten, geen BOA’s. Op de wierd waarover ik fiets kijken oude huizen en een kerk laatdunkend op me neer en ik weet plotseling zeker dat de gemeenschappen die zij ooit huisvestten de zaken beter voor elkaar hadden dan wij nu. Huizen en kerken op wierden huisvestten ooit autonome gemeenschappen van vrije, gelukkige mensen. Centralisatie maakte daaraan een einde.


Centralisatie en vrijheid en geluk zijn onverenigbaar, bedenk ik terwijl ik zo hard als ik kan naar een verkeersbord in de verte fiets, omdat centralisatie ertoe leidt dat we geen invloed meer kunnen uitoefenen op het reilen en zeilen van de gemeenschap waartoe we behoren. Zwelgend in aangeleerde hulpeloosheid juichen we vervolgens meer centralisatie toe, terwijl we vooruitgang, vooruitgang scanderen zonder de vraag te stellen of wat we vooruitgang noemen werkelijk vooruitgang is. Van de citoyens die we sinds 1789 denken te zijn, transformeren we glunderend weer in onderdanen – die minder vrijheid genieten dan de onderdanen van voor 1789.


De weg vooruit is de weg terug, spoken de woorden door mijn hoofd van professor Kinneging, die Tom Zwitser en ik interviewden voor Blue Tiger Studio voordat ik op de fiets stapte. Ik ben het met Kinneging eens maar worstel, buiten adem nu, met de vraag hoever terug. De middeleeuwse horige genoot meer vrijheid dan een arbeider die eens elke dag opgewekt naar zijn werk gaat, maar voor echte vrijheid moeten we terug naar de tijd van voor de agrarische revolutie, naar de tijd waarin we nog geen meerwaarde toevoegden aan wat de aarde en ons verstand voortbrengen. De tijd waarin commercieel darwinisme nog geen grip op ons had en waarin de mens zich nog niet onder de zachte dwang van de koopman ontwikkelde tot massamens, die, door de koopman van haar en zijn deugden beroofd, afstand doet van vrijheid en geluk in de door de koopman gevoede veronderstelling juist meer vrijheid en geluk te verwerven.


De koopman! Zachte dwang schoof hij na de Verlichting terzijde, beleer ik mezelf als ik het verkeersbord passeer waar ik naartoe racete en ik mijn kabouterbeentjes even rust geef. Hij koopt sindsdien iedere minder succesvolle koopman uit, koopt de media op, corrumpeert politici, medici en wetenschappers en wordt op een dag zo vermogend en machtig dat hij zich zaken toe-eigent waarvan niemand ooit bevroedde dat iemand ze zich toe kan eigenen. Grote delen van de aarde, het weer, de geschiedenis, het curriculum van scholen en zelfs onze gezondheid, oorlog en vrede eigent hij zich toe. Niet langer leeft hij als god op aarde, waartoe hij alle recht heeft, maar hij waant zich god en handelt daarnaar, waartoe hij geen recht heeft …


Vol vertrouwen laten we de koopman zijn gang gaan. Meer vrijheid en meer geluk belooft hij ons immers via de door hem opgekochte media bij monde van de door hem gecorrumpeerde politici. Nooit kwam hij zijn belofte na, maar dit keer zal het anders zijn. Digitale, biometrische paspoorten, digitaal geld en de door de koopman gefinancierde WHO die over onze gezondheid waakt. Als dat geen garantie is voor vrijheid en geluk, wat dan wel?


Smullend van dubieus samengestelde patat en hamburgers in een van de restaurants van de restaurantketen van de koopman schuiven we de gedachte terzijde dat het vermogen en de macht van de koopman lineair toenemen met onze hulpeloosheid. Ook schuiven we de gedachte terzijde dat de koopman, om onze hulpeloosheid te stimuleren, zonder haast maar zonder pauze alle bestaande gemeenschappen sloopt. Hij sloopt wat mensen aan elkaar bindt en sloopt uiteindelijk zelfs de identiteit van iedere individuele mens. Van onszelf vervreemd geven we ons over aan het consumisme dat de koopman in ons heeft wakker geroepen en ondertussen worstel ik nog steeds met de vraag hoever we de weg terug moeten volgen om weer vooruit te kunnen.


Ik eh… ik zag nooit veel kwaad in kapitalisme hoewel ik me op tijd realiseerde dat deelname eraan me te veel vrijheid en geluk zou kosten. Naïef ging ik eraan voorbij dat een elite van koopmannen ooit zoveel vermogen en macht bijeen zou sprokkelen dat die elite, middels onder andere alsmaar verder gaande centralisatie, de mensheid uiteindelijk onderwerpt aan een dictatoriale tirannie die globalisme heet. Tot ontsteltenis van veel vrienden en kennissen zag ik in onze democratie wél veel kwaad en grappig genoeg is het nu juist die democratie die ons kan redden van tot globalisme verworden kapitalisme, wat betekent dat we de weg terug maar een paar decennia hoeven te volgen om weer vooruit te kunnen.


Verkiezingen in Nederland in november! Partijen zoals de BBB, PvdA/Groen Links, Nieuw Sociaal Contract en Volt Nederland tillen Nederland niet uit het slop. Leden van die partijen doen wat de koopman opdraagt – en Volt Nederland is zelfs door hem gefinancierd – en in het beste geval maken ze van de agenda 2030 de agenda 2031. Partijen die Nederland uit het slop kunnen tillen, zijn de partijen die decentralisatie voorstaan. Nexit – meer exits zullen daarop snel volgen – papieren paspoorten, een niet-digitale florijn en afscheid van de organisatie die uit naam van de koopman waakt over onze gezondheid. De vrijheid en het geluk die we een halve eeuw geleden nog kenden, zijn in dat scenario binnen no-time weer de norm.


De ontsteltenis van vrienden en kennissen, na een stem op een van de paar partijen die decentralisatie voorstaan, betekent niets in vergelijking tot wat de koopman voor ons in petto heeft en … een politieauto passeert me langzaam. ‘Handen aan het stuur,’ blaft een agent me toe door zijn geopende raam. Hm… politieagenten hebben niets te maken met mijn losse handen in relatie tot het stuur van mijn fiets, hoewel het kan zijn dat ik een artikel in de verkeerswet heb gemist. Ik spreid mijn armen zoals sergeant Elias dat deed in de film Platoon en hoor Freek de Jonge in mijn gedachten zeggen: Als de koning depressief is, moet de nar op zijn woorden passen. Als de nar depressief is, gaat zijn kop eraf. Grappig, maar het schetst geen zuiver beeld. Waar de hofhouding zweeg, was het de nar die de koning met humor attent maakte op misstanden in het koninkrijk. De nar was niet zomaar een grappenmaker en omdat humor niet zomaar het maken van grappen is, wordt het door de koopman te vuur en te zwaard bestreden …


Via de spiegel van de politieauto, mijn armen nog steeds gespreid, zie ik een agent zijn hoofd schudden. Zijn collega achter het stuur geeft gas bij en ik denk aan de digitale slagbomen die computers, als Nederland in november verkeerd stemt, over niet al te lange tijd nog slechts bereid zijn voor een enkeling te heffen. Dan klinkt opnieuw in mijn gedachten de stem van Freek de Jonge: Nu had deze arbeider zoiets van ergens onder door voor iemand ooit nooit en dus, bij het werkterrein aangekomen, nam hij een aanloop en met een flinke sprong ging hij over de slagboom. Zijn werklust viel op en al snel werd hem gevraagd of hij geen deel uit wilde maken van de directie. Dat eh… dat moest hij eens met zijn vrouw overleggen en dus ging hij de volgende dag als directeur naar zijn werk. Bij het werkterrein aangekomen, nam hij een aanloop en met een flinke sprong … maar de portier dacht daar heel anders over …

 

Support me!

paypal.me Of doneer direct:

ES1100492183112014004990

BIC/Swift: BSCHESMM

t.n.v. Nikko Norte

 

Blog delen? Graag!

bottom of page