hldd0umdhyh5c7mglsn29ql0j-tre89i1w4h9m-533tsstg-4wd1kw-wetspv7ov6qf520qq6sl6dt-qwfy8gsd6y-pn8d9g-dm1iazu29-hpbioy52dq8xm12kf5x4n
 
Zoeken
  • Nikko Norte

De gebruikelijke verdachten ...

Het is nog donker als Moos de herdershond haar snuit tegen mijn achterhoofd drukt. De lucht is fris. Geen geluid verstoort de stilte. Voorzichtig trek ik mijn arm onder Heidi’s hoofd vandaan en ik rol op mijn rug. Moos staat op en rekt zich uit. Haar geeuw wekt Heidi, die mompelt: ‘Koffie klaar?’


De stalen veldfles naast mijn kussen voelt koud aan. Ik draai me op mijn zij, drink de veldfles leeg, graai in de kist aan het hoofdeinde van mijn slaapzak naar onze gasbrander en steek hem aan. Terwijl ik even staar naar de blauwe vlammen in de donkere nacht besef ik dat ik als een blok heb geslapen. Ik voel me goed, sterk. Ik vul onze ketel met water uit een tweede veldfles, zet de ketel op de brander, kom overeind, schud mijn kleren uit mijn slaapzak en kleed me aan.


De TomTom voorspelde dat we rond vier uur vannacht thuis zouden zijn, in Oostenrijk. We besloten tot elf uur door te rijden en daarna de eerste afslag te nemen op de A61. Tussen de weilanden vonden we deze plek aan de rand van een bosperceel. Moos en ik maakten een wandeling langs de bosrand en toen we terugkwamen, lag Heidi al in haar slaapzak, mijn slaapzak uitgerold en opengeritst naast die van haar, Moos’ kleed daarnaast, de kist met spullen om koffie te zetten aan mijn hoofdeinde. Ik kleedde me uit, kroop in mijn slaapzak en terwijl ik probeerde in mijn hoofd de chaos van de afgelopen twee maanden te ordenen, voelde ik hoe Moos haar kop op mijn kussen legde en in slaap viel, haar adem tegen mijn wang.


De twee weken die we hadden gepland in Nederland te zijn, werden acht weken. Van onverwachte afspraak reisde ik naar onverwachte afspraak en op de dag dat we eindelijk dachten te kunnen afronden waarvoor we naar Nederland waren gereisd, wandelde taliban Kaboel binnen. Onafgebroken sprak, mailde en appte ik met Afghaanse studenten en journalisten binnen en buiten Afghanistan en via een Afghaanse journalist in Nederland zelfs met taliban in Kaboel. Daarnaast sprak ik lang met de redactie van een nieuw televisieprogramma, waarna ik in Amsterdam met de eindredacteur sprak. Moeilijk, moeilijk. Mijn verhaal week af van het staatsnarratief ten aanzien van de situatie in Afghanistan en ... moeilijk, moeilijk. Was ik misschien bereid om mee te werken aan de pilotaflevering? Een paar dagen later meldde ik me opnieuw in Amsterdam, in een BNN/VARA-studio.


Ik vond koffie en een plek in de buurt van de regiekamer, waarvan de deur openstond. Via een speakersysteem hoorde ik Sophie Hilbrand in gesprek met iemand die over de situatie in Afghanistan een visie vertolkte die aansloot op die van mij. Heel even voelde ik me opgelucht, maar al snel realiseerde ik me dat het verhaal dat ik hoorde zoveel overeenkomsten vertoonde met dat van mij dat ik voor niets naar Amsterdam was gereisd. Net voordat ik het zonlicht in liep, drong tot me door dat Sophie haar gesprek met mij oefende met de redacteur waarmee ik de voorgaande week zoveel had gesproken. Beschaamd zocht ik mijn plek bij de regiekamer weer op en wachtte ik tot ik aan de beurt was voor de make-up.


Sophie Hilbrand leek me iemand om paarden mee te stelen. Een paar oprechte virologen, epidemiologen en andere wetenschappers bij haar aan tafel en de coronacrisis is snel bezworen. Maar Sophie heeft een redactie en toen ik aan het einde van de middag met de fles olijfolie die ik cadeau kreeg de studio verliet, wist ik dat ik van die redactie niets meer zou horen. Hoeveel deskundigen zich ook verdringen, de ruimte voor kritiek op het staatsnarratief, wat ook het onderwerp, verengt zich en de meeste journalisten schikken zich in hun rol binnen de nieuwe wereldorde die rap gestalte krijgt. Begrijpelijk. Als herauten van die nieuwe wereldorde zijn hun overlevingskansen groter dan als criticasters ervan, gesteld dat de gevolgen zijn te overzien van de coronamaatregels, waarvan corona zich niet veel lijkt aan te trekken, en van het vaccineren van de westerse wereld met een haastig ontwikkeld vaccin dat mogelijk een korte periode bescherming biedt tegen een virus waartegen gezonde voeding en een dagelijkse wandeling of fietstocht in de frisse lucht voldoende bescherming bieden.


De avond na mijn avontuur in Amsterdam ontving ik een uitnodiging voor een rondetafelgesprek van de Tweede Kamer en namen mensen contact met me op die behoorden tot een groep van ruim honderd Nederlandse paspoorthouders in Kaboel die al dagen door de Nederlandse ambassade aan het lijntje werd gehouden. Bij Buitenlandse Zaken ving ik bot, maar een generaal van de krijgsmacht met wie ik contact opnam, verzekerde me in een e-mail dat ik me geen zorgen hoefde te maken. Defensie voorzag in creatieve, kleurrijke achterdeuroplossingen om mensen uit Kaboel te evacueren en eh... toen ik die woorden las, maakte ik me werkelijk zorgen. Beleefd weigerde Defensie mijn diensten en de evacuees waarmee ik in contact stond, brachten de nacht door in de Nederlandse ambassade in Kaboel, die inmiddels door de ambassadestaf was verlaten. De volgende dag stonden er voor die evacuees drie bussen klaar die waren ingehuurd bij een Panjshiri busmaatschappij. Of dat een creatieve achterdeuroplossing was, betwijfelde ik, maar voor kleurrijk was iets te zeggen; geen inlichtingenofficier met verstand van zaken zou hebben ingestemd met een reis van evacuees door talibangecontroleerd gebied in Panjshiri bussen. De bussen strandden op een kilometer van de luchthaven van Kaboel toen ik door de straten van Den Haag rende om aan te schuiven voor een rondetafelgesprek van de Tweede Kamer, de batterijen van de mobiele telefoons van de evacuees in Kaboel bijna leeg.


Thank you for your service, zijn de woorden waarmee een Amerikaans congreslid zich tot een veteraan zou richten. Mevrouw van der Plas van de BoerenBurgerBeweging is onbekend met dergelijk fatsoen. De emotionele aanval die ze op me opende, deed mijn gedachten naar Aristoteles dwalen, die ooit opmerkte dat wijze mensen praten omdat ze iets hebben te zeggen en domme mensen praten omdat ze iets wíllen zeggen. Maar Aristoteles kon de plotselinge versombering van mijn humeur geen halt toeroepen. Cognitieve dissonantie. In een-op-eengesprekken weet ik ermee om te gaan – de laatste anderhalf jaar oefen ik dat dagelijks – maar ik had er geen rekening mee gehouden er door een Kamerlid mee te worden geconfronteerd. Een Kamerlid dat eerdaags een honderdvijftigste deel antwoord moet geven op de ja-neevraag of gezonde mensen van de maatschappij deel uit mogen blijven maken. Als Kamerleden dat antwoord geven met zo weinig kennis van zaken als mevrouw van der Plas heeft van Afghanistan, dan ... Heidi fluit zachtjes. Moos loopt uit het duister op ons af en het noodlot slaat toe. De gasbrander sputtert en de blauwe vlammen doven voordat het water voor onze koffie heeft gekookt.


De Nederlandse ambassadeur in Kaboel vergat de nummerborden van de drie Panjshiri bussen met evacuees door te geven aan taliban die de ingang van de luchthaven bewaakten. Op eigen kracht lukte het de honderdtwintig evacuees waarmee ik in contact stond de luchthaven binnen te komen. Buitenlandse zaken noch Defensie speelden daarbij een rol, bedenk ik terwijl ik de oprit van de A61 bij Alzey voorbijrijd, aanstuur op een McDrive en onwennig naar een praatpaal staar.

Gutenmorgen, was soll es sein?"

Zwei Kaffee, bitte."

Und ...?"

Nur zwei Kaffee, bitte."

Nichts zu essen?"

Nichts zu essen, danke."

Nur Kaffee?"

Zwei, bitte."


Conform de instructies die volgen, rijden we naar een volgend loket. Door het raam van dat loket en langs een gemondkapte medewerker wiens beendergestel ten minste anderhalf keer mijn gewicht draagt, heb ik zicht op de gemondkapte gasten die ondanks het vroege uur al voor de balie van de McDonald’s staan om daar te bestellen. De ironie. Om onze gezondheid te waarborgen een mondkapje op bij de McDonald’s. Zeven, acht, negen gasten tel ik, ieder van die gasten zo fors als de medewerker die ons zo dadelijk van koffie zal voorzien. Mijn gedachten dwalen naar Earth Overshoot Day, die dit jaar op 29 juli viel, iets meer dan een maand geleden.


Bewust ongezonde mensen, bedenk ik, leveren een grote bijdrage aan het bestaan van Earth Overshoot Day. Ze knagen zich door een onredelijk deel van de wereldvoedselvoorraad, bemesten de wereld navenant onredelijk, belasten het milieu op meer fronten onredelijk en garanderen de gezondheidszorg een buitenproportionele hoeveelheid werk. Ja maar, zeurt een stem in mijn gedachten, mensen kiezen er toch niet voor ongezond te zijn. Ik denk het wel, spreekt dezelfde stem zichzelf tegen. We worden niet op een dag ongezond wakker. Ongezond worden is een gradueel proces waaraan we ons glunderend en bij vol bewustzijn overgeven en eh... als deelname aan een vaccinatie-experiment om deel uit te mogen blijven maken van de maatschappij een keuze is, dan is het binnenwandelen van de McDonald’s zeker een keuze.


Maar de aarde slaat terug. Hij waarschuwde al een paar maal en ook corona is niet meer dan een waarschuwing. Wat als we die coronawaarschuwing ter harte hadden genomen en ons anderhalf jaar geleden hadden onderworpen aan een gradueel proces om weer gezond te worden? Nu zijn we verder van huis dan ooit. De maatregels, die er volgens overheden zijn om IC-afdelingen van ziekenhuizen te ontlasten, vaccinaties incluis, hebben voornamelijk bewust ongezonde mensen nog ongezonder gemaakt. Daarnaast heeft een relatief kleine groep mensen de kans gegrepen de wereldbevolking in een wurggreep te nemen, schijnheilig schermend met Earth Overshoot Day en andere milieugerelateerde zaken. De groep bewust ongezonde mensen is inmiddels zo groot dat we de maatschappelijke kracht missen ons aan die wurggreep te ontworstelen en glunderend en bij vol bewustzijn maken we ons ondergeschikt aan een sociaalkredietsysteem.


Gelukkig werpt het vaccinatieprogramma in Duitsland vrucht af. De mondkapjes mogen weer op en het coronagerelateerde sterftecijfer is iets meer dan zes keer zo hoog dan een jaar geleden, toen nog niemand was gevaccineerd. Ja maar, komt de zeurende stem in mijn hoofd weer tot leven, het zijn de ongevaccineerde mensen die nu sterven. Oh man, hou toch op. Dat is een leugen die sommige politici er graag inwrijven – en de honderdpuntenvraag is waarom. Een uitzondering daargelaten zijn het de gebruikelijke verdachten, bewust ongezonde mensen, door coronamaatregels nog ongezonder dan ze al waren en door deelname aan het vaccinatie-experiment van hun laatste weerstand beroofd, die het coronadrama gaande houden en ik denk aan de woorden van Jose ... van Heinrich – wie kent hem niet? – uit Panikburg: Es ist von lebenswichtiger Bedeutung für den Staat, seine gesamte Macht für die Unterdrückung abweichender Meinungen einzusetzen. Die Wahrheit ist der Todfeind der Lüge, und daher ist die Wahrheit der größte Feind des Staates ...


Feel free to share ...