hldd0umdhyh5c7mglsn29ql0j-tre89i1w4h9m-533tsstg-4wd1kw-wetspv7ov6qf520qq6sl6dt-qwfy8gsd6y-pn8d9g-dm1iazu29-hpbioy52dq8xm12kf5x4n
 
Zoeken
  • Nikko Norte

De dood van Winnetou …

Meulenhoff Boekerij, leerde ik onlangs, zet de verkoop van Winnetouboeken stop. Hoe lang nog tot mijn boeken uit de markt worden genomen? Winnetou, geef ik in die boeken immers toe, was deels verantwoordelijk voor mijn opvoeding. De man die door bossen sloop zonder een tak te breken, die met zijn zilverbuks in de schoot een doel kon raken en die Old Shatterhand leerde tomahawks met precisie te werpen. Dat eh… dat moet op een zich ontwikkelend kind een invloed hebben die negatiever is dan die van Call of Duty of Grand Theft Auto.

Winnetou! Zonder hem was ik misschien gezwicht voor het gedram van de volwassenen om me heen die als vanzelfsprekend aannamen dat ik mijn tijd op aarde zou investeren in waar ik die tijd niet in wilde investeren en … piekerend over de invloed die Winnetou uitoefende op wie en wat ik ben, bladerend door mijn boek Onvoorspelbaar verleden, vind ik de pagina waarop ik Winnetou de credits geef die hij verdient en ik herinner me plotseling dat ik, zeven of acht jaar oud, een boek bezat met de titel De dood van Winnetou. Hoe graag ik ook las, ik kon me er destijds niet toe zetten dat boek te lezen, de implicaties van een leven zonder Winnetou te groot. Toch is het nu zover. Winnetou, het opperhoofd der Apachen, is niet meer.

Rust zacht, mijn rode broeder …


… het was de inschatting van de compagniesstaf dat de vijand ons rond vijf uur in de ochtend onder de voet zou lopen. Alle militairen in Kamp Martello dienden op dat tijdstip wakker te zijn en op hun posten te liggen, turend in elkaar overlappende sectoren van het terrein. Algeheel heette die situatie. De eerste keer dat ik een algeheel meemaakte, had ik het gevoel dat ik een rol speelde in de televisieserie Blackadder. Soldaat Baldrick in de loopgraven. Dat algeheel bleef elke ochtend van kracht tot het door de compagniesstaf via de radio werd opgeheven.

De ochtend na mijn eerste nacht in Kamp Martello nam ik deel aan een vergadering van de compagniesstaf. De consensus tijdens die vergadering was dat ons ingraven het enige alternatief was om ons veilig te stellen voor een bestorming van het kamp door talibanstrijders. Ontsteld zat ik op een klapstoel in een kring van rokende collega’s tussen de hesco’s die het hoofdkwartier van de compagnie afbakenden. De gedachte dat ik in een wereld leefde waarin emotie de regie voerde, was jaren eerder bij me opgekomen; ik schrok telkens weer als het zo nadrukkelijk in mijn gezicht werd gewreven.

Angst is prima. Angst helpt een mens te overleven. Ik was ervan overtuigd dat ik in mijn leven angstiger was geweest dan de vijftien mensen om me heen bij elkaar, maar ik zag angst niet als een emotie die vermeden moet worden. Angst vormde voor mij de basis van mijn bestaan, die Mutter der Moral, zoals Nietzsche het verwoordde, het menselijke bestaan louter een morele kwestie. Alleen de acceptatie van mijn angsten maakte dat ik ze kon overwinnen. En nu, nu zat ik in een kring van echte mannen die voor alles ontkenden dat ze bang waren en onderwijl beslissingen namen die echte mannen onwaardig zijn. Een interessante dynamiek voor de psycholoog in Kamp Holland, bedacht ik terwijl ik me afvroeg waarom ik altijd dat ventje moest zijn wiens moeder tijdens een open dag van het legeronderdeel waarbij hij dient, opmerkt dat het zo knap is dat haar zoon de enige is die tijdens het marcheren in de maat loopt.

Mijn angst in Kamp Martello was klip en klaar. Die angst draaide om het niet kunnen voorkomen dat er slachtoffers zouden vallen, slachtoffers onder ons en slachtoffers onder de paar burgers die binnen de reikwijdte van onze mortieren leefden. Die angst kneep mijn keel dicht, maar dat belemmerde me niet naar voren te brengen dat we een bestorming van het kamp alleen konden voorkomen door patrouilles in de omgeving uit te voeren en door ’s nachts strategische posities buiten het kamp in te nemen. Er viel een stilte en ik herinnerde me de keer dat zes klasgenootjes me bij het uitgaan van de lagere school opwachtten. Ik kwam qua lengte net boven een tafelrand uit, voelde dat angst me dreigde te verlammen en stoof op mijn belagers af. Niet iedereen kwam ongeschonden uit dat avontuur en een en ander escaleerde toen duidelijk werd dat geen bedreiging me ertoe kon verleiden mijn excuses aan te bieden. Ik was zeven jaar oud en voelde voor de volwassenen die in het kantoor van de hoofdmeester verbaal op me inhakten dezelfde minachting die ik voelde voor de militairen met wie ik vijfendertig jaar later de verdediging van Kamp Martello besprak.

In een vlaag van nostalgie en beangstigend realiteitsbesef bedacht ik dat ik was opgevoed door Winnetou en Old Shatterhand, door Arendsoog en Witte Veder, door Ridders van de Ronde Tafel, door Zulukoningen die het opnamen tegen de Boeren, door de hond Buck, door Pietje Bell, door Bob Evers, Jan Prins en Arie Roos, door Harmen van Kniphuyzen en de omes van Oost-Indiëvaarder de Nieuw Hoorn, door Tom Sawyer en Huckleberry Finn en door Porthos, Aramis, Athos en d’Artagnan. De moraliteit die die imaginaire figuren me hadden meegegeven, stierf een stille dood in de echte wereld.

Vluchten of vechten? Ingraven of het voorterrein in? Nadat mensen het hadden opgegeven me mijn excuses te laten aanbieden voor iets waarvoor Winnetou trots op me zou zijn geweest, leefde ik zonder angst door de vijf jaar lagere school die me restten. Ingraven of het voorterrein in? Alles in me schreeuwde dat we ingegraven het einde van dat Martelloavontuur niet ongeschonden zouden halen en ... de compagniescommandant vroeg me of er een boodschap school achter de stomme grijns op mijn gezicht. Erin berustend dat ik geen invloed zou uitoefenen op onze nabije toekomst bedacht ik dat als ik ooit een boek zou schrijven over mijn tijd in Afghanistan ik het woord avontuur beter kon vermijden en nee, er school geen boodschap achter mijn stomme grijns.

Maar ik had buiten de invloed van onze bataljonsstaf in Kamp Holland gerekend. Zonder onder de duiven van de compagniescommandant te schieten – hoe dat mogelijk was, begreep ik niet – gaf die bataljonsstaf me via de radio toestemming dagelijks het voorterrein in te trekken. De compagniescommandant werd verzocht me zo veel manschappen mee te geven als Kamp Martello kon missen.

Nog voordat de compagniesstaf die ochtend was ontwaakt en het algeheel was afgekondigd, had ik kapitein Stoic een bericht gestuurd via een Canadese radio die ik in een commandotent had gevonden. Ik wist dat kapitein Stoic de kaarten van de omgeving van Kamp Martello geblinddoekt kon natekenen en ik wist dat hij mijn mening deelde waar het ging om de dreiging rond het kamp. Maar het was pas toen ik met een groep soldaten de voorpoort van Kamp Martello uit wandelde dat ik besefte hoe ik sinds mijn aankomst in het kamp in de rats had gezeten. Het vooruitzicht machteloos te wachten op een beschieting botste met mijn opvoeding. Permission to write home immediately, sir, hoorde ik mezelf denken. This is the first cunning plan a Baldrick has ever had. Mum will be pleased as Punch. Ik schoot in de lach, liet de groep van acht militairen aan me voorbijtrekken en sloot achteraan aan …


Verder bladerend stuit ik op nog een pagina waarop Winnetou een rol speelt. Ik eh… ik was vergeten dat die pagina Prometheus' editing van mijn manuscript doorstond en grinnik als ik ontdek dat mijn blik vooruitziend was toen ik vijftien jaar geleden, op verlof uit Afghanistan, op de fiets in Parijs belandde.


… op weg naar Père-Lachaise had ik aan de gevel van een pand een bordje gezien waarop stond dat Proust ooit in dat pand woonde. Dat had me ertoe aangezet zijn graf te bezoeken. Ongestoord zat ik op een grafsteen en piekerend staarde ik naar de grijszwarte steen die de laatste rustplaats van Proust markeert. Een zoektocht naar verloren tijd leek me geen wijs plan, maar schrijven, zoals de hoofdpersoon uit À la recherche du temps perdu, was iets waaraan iedereen zich kon wagen, zelfs ik. Ik had ooit een filmscript geschreven dat in Amerika goed was ontvangen. Ik had gekozen voor het schrijven van een filmscript omdat ik mezelf na het lezen van werk van mensen zoals Proust geen literaire kwaliteiten durfde toe te dichten. Maar wat als ik me beperkte tot schrijven en literair achterwege liet? Karl May, vader en zoon Nowee, August Niemann, Jack London, Chris van Abkoude, Willy van der Heide, Johan Fabricius, Mark Twain en Alexandre Dumas waren schrijvers wier werk ik als kind verslond en die onbewust een deel van mijn opvoeding op zich hadden genomen. De meesten van hen schreven lectuur, geen literatuur. Vreemd was dat. Hun werk werd gelezen. Over Proust werd gesproken, maar ik vroeg me vaak af of mensen zijn werk ook lazen. De meest verkochte boeken leken sowieso de minst gelezen boeken te zijn. De Bijbel, de Koran, Atlas shrugged ...

Wie was Jezus? Wie was Mohammed? Wie ís John Galt?

John Galt, een man die weigert deel te nemen aan een maatschappij die middelmaat omarmt in haar streven naar gelijkheid. Een man die vrij van interne conflicten leeft. Oeps! Met dat type hoofdpersoon in een manuscript zou een schrijver in 2007 niet meer wegkomen – en het werk van Karl May had wat aanpassingen nodig om verkoopbaar te blijven …


Iitschi en Hatatitla stapten vrij door beken en over rotsen. Ik voelde dat Winnetou af en toe mijn kant op keek. Pas bij het opkomen van de zon stelde hij de vraag waarvan ik wist dat hij hem al zo lang wilde stellen: ‘Wat zit mijn blanke broeder de laatste dagen dwars?’

‘Ik weet het niet,’ antwoordde ik twijfelend, ook al wist ik dat Winnetou geen man voor twijfel was. ‘Sinds ons laatste gevecht met de Comanches zit ik niet lekker in mijn vel.’

‘Oef. Gevecht, gevecht. Mijn blanke broeder liet de Henrybuks spreken nog voordat wij konden zien of de Comanches met oorlogskleuren beschilderd waren. Als laffe prairiehonden gingen zij ervandoor.’ Ondanks Winnetou’s bruuske woorden wist ik dat ik het gesprek met hem gaande moest houden. Winnetou was mijn bloedbroeder. Als iemand mij zou begrijpen, was hij het. Ik klopte Hatatitla geruststellend op de hals, haalde diep adem en sprak: ‘Het opperhoofd der Apachen heeft misschien gelijk, maar sinds de Comanches de strijdbijl hebben opgegraven, doe ik geen oog meer dicht. Iedere avond als wij bij een kampvuur zitten en ik iets hoor ritselen in het struikgewas wil ik me achter een boom verschuilen.’

‘Mijn blanke broeder spreekt als een squaw, maar hij moet trots zijn op de oprechtheid waarmee hij voor zijn gevoelens durft uit te komen. Howgh!’



Onvoorspelbaar verleden € 15,95

(ISBN 9789044644456)

Te koop bij alle boekhandels en online.





paypal.me/nikkonorte64

Blog delen? Graag!